ECLI:NL:GHARL:2026:1640
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- M.S.A. van Dam
- S.C.P. Giesen
- J.U.M. van der Werff
- ir. W.G. Nijlant
- B.Th.W. Lamers
- Rechtspraak.nl
Ontslag uit pacht van medepachter na echtscheiding wegens ernstige belemmering bedrijfsvoering
De zaak betreft een geschil tussen voormalige echtelieden die samen een pachtovereenkomst hadden voor een boerderij met opstallen en grond. Na hun echtscheiding en beëindiging van hun vennootschap onder firma, waarbij de man het bedrijf voortzette en de vrouw een financiële afwikkeling ontving, ontstond onenigheid over het medepachterschap.
De man vorderde dat de vrouw uit de pacht werd ontslagen en de woning ontruimde, wat door de pachtkamer werd toegewezen. De vrouw ging in hoger beroep tegen deze beslissing. Het hof oordeelde dat de onderlinge verhoudingen tussen de partijen de gemeenschappelijke bedrijfsvoering ernstig bemoeilijken, mede doordat de samenwerking feitelijk is beëindigd en er geen communicatie meer is.
De vrouw voerde aan dat er afspraken waren dat beiden partij bij de pachtovereenkomst zouden blijven en dat zij het bedrijf eventueel zou kunnen overnemen. Het hof verwierp deze argumenten, stellende dat de afspraken voorlopig waren en dat de verslechterde verhouding aanleiding geeft tot ontslag uit de pacht. Het bevel tot ontruiming werd bevestigd, waarbij werd opgemerkt dat de vrouw inmiddels elders woont.
Het hoger beroep werd afgewezen, het vonnis van de pachtkamer bleef in stand, en de vrouw werd veroordeeld tot betaling van proceskosten aan de Stichting. De proceskosten tussen de voormalige echtelieden werden gecompenseerd vanwege hun familierelatie. Het arrest is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het ontslag van de medepachter uit de pacht wordt bevestigd.