Uitspraak
[appellant]
[geïntimeerde],
1.Het verdere verloop van de procedure in hoger beroep
2.De kern van de zaak en de uitkomst
Wat is er gebeurd?
Nog steeds tegoed van Hr. [appellant] € 200.000,00. Sinds 2013 dus 5 jaren. (…) Begin 2017 heeft [naam] er bij [appellant] op aan gedrongen deze zaak met [geïntimeerde] te regelen. Is echter niet gebeurd. Met z’n drieën is indertijd deze creatieve oplossing geregeld. [naam] is van zijn kant de afspraken nagekomen, [appellant] echter totaal niet!’.
4.Het oordeel van het hof
“Het was inderdaad een afwijkende gang van zaken. Wij wisten allemaal dat als [geïntimeerde] gelden zou ontvangen voor die vastgoedtransactie, die gelden direct als saneringskosten zouden worden aangewend. (…) Ik kan mij niet herinneren dat tijdens dit gesprek gesproken is over de reden om dit zo te doen (het risico op terugvorderen van het geld door de provincie). Het is wel eerder tussen ons uitgesproken dat het risico bestond en we wisten allemaal wat de achtergrond van deze wijze van betalen was. De beide heren wisten precies wat de gevolgen waren.”Gelet op de samenhang van een en ander heeft het hof geen reden om te twijfelen aan de juistheid van [naam] ’ verklaring.
“Je zoon werkt al jaren met het geld dat mij toekomt”.Uit niets blijkt dat [geïntimeerde] eerder – laat staan stelselmatig – is voorgehouden dat het geld aan [bedrijf] zou zijn overgeboekt en al door het faillissement van [bedrijf] verdwenen zou zijn. Dat sprake is geweest van misleiding door [appellant] van [geïntimeerde] als gesteld, is daarmee onvoldoende onderbouwd.
5.De beslissing
- € 1.666 aan griffierecht
- € 12.213 aan salaris van de advocaat van [appellant] (4,5 procespunten × tarief VI à € 2.714)
- € 2.129 aan griffierecht
- € 145,45 aan kosten voor het betekenen (bekendmaken) van de dagvaarding
- € 15.498 aan salaris van de advocaat van [appellant] (3,5 procespunten × appeltarief VI à € 4.428);