Uitspraak
[appellant],
[geïntimeerde],
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak vordert appellant schorsing van de tenuitvoerlegging van een vonnis dat hem veroordeelt tot betaling van € 200.000 aan geïntimeerde. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, waarna executoriaal beslag is gelegd op de woning en AOW-uitkering van appellant, die 78 jaar oud is.
Appellant voert aan dat de executoriale verkoop van zijn woning verstrekkende en onomkeerbare gevolgen heeft, mede omdat hij en zijn echtgenote al meer dan twintig jaar in de woning wonen en zij beiden op leeftijd zijn. Geïntimeerde heeft geen spoedeisend belang bij onmiddellijke betaling en weigert omzetting van het beslag in een hypotheekrecht, wat zijn zekerheidspositie zou verbeteren.
Het hof overweegt dat de kans van slagen van het hoger beroep buiten beschouwing blijft bij de beoordeling van het incident. Appellants betoog over een kennelijke misslag in het vonnis wordt verworpen, omdat dit een nieuw verweer betreft dat in de hoofdzaak moet worden beoordeeld.
De belangenafweging leidt tot het oordeel dat appellant een groter belang heeft bij behoud van zijn woning totdat het hoger beroep is beslist. Geïntimeerde heeft onvoldoende dringende redenen voor onmiddellijke executie. Daarom wordt de tenuitvoerlegging van het vonnis geschorst voor zover het de executoriale verkoop van de woning betreft.
De zaak wordt verwezen naar de rol voor verdere behandeling van het hoger beroep, en de beslissing over de kosten van het incident wordt aangehouden tot de einduitspraak.
Uitkomst: De executoriale verkoop van de woning van appellant wordt geschorst totdat het hoger beroep is beslist.