3.10.De vraag of de Stichting ten tijde van de eigen aangifte in de toestand verkeerde dat zij had opgehouden te betalen is in het onderhavige geval minder eenvoudig te beantwoorden (dan doorgaans bij faillissementen het geval is). Daar is de wijze waarop de Stichting haar eigen aangifte heeft ingericht debet aan. De eigen aangifte van de Stichting stelt namelijk niet dat de Stichting verkeert in de toestand dat zij heeft opgehouden te betalen. De Stichting omschrijft haar toestand in de eigen aangifte (opgesteld op 5 december 2025 en ingediend op 8 december 2025) - voor zover hier relevant - als volgt:
“15. Op 30 september 2025 bedroeg het totaal aan openstaande vorderingen op debiteuren
€ 1.837,50. Het totaal aan openstaande vorderingen van crediteuren bedroeg op
voornoemde datum € 140.654,63. De debiteuren- en crediteurenlijsten van LZLG per 30
november 2025 worden als Bijlage 13 overgelegd.
16. Al het bovenstaande in overweging nemende, voorziet LZLG dat zij haar schuldeisers op
korte termijn niet meer zal kunnen voldoen. Er is sprake van een acuut liquiditeitstekort .
In verband met de continuïteit van zorg acht LZLG het van belang dat op korte termijn
haar faillissement wordt uitgesproken.
17. In verband met dat vooruitzicht en de noodzaak om de zorg voor cliënten nu en in de
toekomst veilig te stellen, is onderzocht of de activiteiten van LZLG door een derde partij
konden worden overgenomen. Vanwege de verwevenheid van de financiële belangen van
LZLG en Skyberg B.V. en de voortdurende bemoeienis van [appellanten] is het
onmogelijk gebleken om met een partij tot overeenstemming te komen over een activa-passivatransactie. In ieder geval één partij is geïnteresseerd in een doorstart van de
activiteiten zodat de verwachting van LZLG is dat de zorg na het uitspreken van een
faillissement en een beperkte voortzettingsperiode kan worden gecontinueerd.
18. Gelet op bovenstaande ziet LZLG zich genoodzaakt om hierbij een eigen aangifte tot
faillietverklaring in te dienen.”
De Stichting overlegt bij de eigen aangifte geen actuele liquiditeitsprognose en geen actueel overzicht van haar liquide middelen. Niettemin is het faillissement, zonder dat de Stichting door de rechtbank is gehoord of anderszins om een nadere toelichting is gevraagd, uitgesproken op 9 december 2025.
Eerst bij het verweerschrift in de verzetsprocedure heeft de Stichting een liquiditeitsprognose (haar eigen schatting opgemaakt in oktober 2025) overgelegd (bijlage 16 bij dat verweerschrift). Uit die prognose lijkt een tekort te volgen, maar het is slechts een prognose en geen actueel overzicht per datum eigen aangifte. In het verweerschrift beperkt de Stichting zich wat betreft haar liquide positie tot de volgende opmerking:
“2.10 Uit een liquiditeitsbegroting, gebaseerd op inschattingen van 31 oktober 2025, volgt
dat op dat moment de verwachting was dat het banksaldo op 1 december 2025 € 64,-
zou bedragen. De liquiditeitsbegroting is als Bijlage 16 overgelegd.”
Het is de waarnemend curator die in zijn visiestuk voor de rechtbank vermeldt dat er ten tijde van de faillietverklaring op de bankrekeningen van de Stichting een bedrag stond van in totaal (slechts) € 1.761,23. In zijn visiestuk in het hoger beroep komt de waarnemend curator niet tot een andere constatering.
Gelet op dit beperkte saldo op de rekeningen en gelet op wat het hof in 3.9 heeft overwogen over het beloop en de opeisbaarheid van de vorderingen, is naar het oordeel van het hof voldoende aannemelijk dat (ook) ten tijde van de eigen aangifte de Stichting in de toestand verkeerde dat zij had opgehouden te betalen.