ECLI:NL:GHARL:2025:8660
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding bij verkeersboete
De betrokkene stelde hoger beroep in tegen een beslissing van de kantonrechter inzake een verkeersboete. De kantonrechter had de sanctie gematigd tot € 75,-, maar corrigeerde dit later naar € 262,50 in een herstelbeslissing, waarin werd gesteld dat een nieuwe beroepstermijn moest worden toegekend.
Het hof oordeelt dat de herstelbeslissing geen nieuwe beroepstermijn opent en dat het hoger beroep te laat is ingediend. De gemachtigde ontving de oorspronkelijke beslissing op 2 augustus 2024, waarna de beroepstermijn op 13 september 2024 eindigde. Het beroepschrift werd pas op 16 juli 2025 ontvangen.
Hoewel de gemachtigde aanvoerde dat hij de herstelbeslissing pas op 3 juli 2025 ontving, is dit niet relevant voor de termijn. Het hof stelt dat een professionele gemachtigde behoort te weten wanneer hoger beroep mogelijk is en dat de kennelijke verschrijving in het dictum van de kantonrechter niet tot een verschoonbare termijnoverschrijding leidt.
Het hof verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af. De uitspraak benadrukt het belang van tijdige beroepsinstelling en de beperkte werking van herstelbeslissingen in het bestuursrecht.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening, waardoor de sanctie van € 262,50 ongewijzigd blijft.