Appellanten verhuren een woning aan geïntimeerde. Na een inspectie bleek de elektrische installatie onveilig en moest deze met spoed worden afgesloten. Tevens werd een gaslekkage geconstateerd, waarna appellanten de geïntimeerde verzochten de gaskraan af te sluiten. Ongeveer een maand later ontstond brand in de woning, waarbij de inboedel van geïntimeerde volledig verloren ging.
Geïntimeerde vorderde bij de kantonrechter dat appellanten hoofdelijk werden veroordeeld tot herstel van de woning en nutsvoorzieningen, met dwangsommen bij niet-nakoming. De kantonrechter veroordeelde appellanten daartoe en verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Appellanten gingen in hoger beroep en verzochten schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis.
Het hof overwoog dat het niet kan toetsen of de hersteltermijnen haalbaar zijn, maar erkende dat dwangsommen hun prikkel kunnen verliezen als nakoming onmogelijk is. Gezien het ontbreken van verweer van geïntimeerde en het belang van appellanten, schorst het hof de tenuitvoerlegging van de dwangsomveroordeling gedeeltelijk. De hoofdzaak wordt voortgezet en verdere beslissingen worden aangehouden.