In deze zaak heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 19 december 2025 uitspraak gedaan in hoger beroep over de toelating van de appellant tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (wsnp). De appellant had eerder, op 24 september 2025, een afwijzing van de rechtbank Midden-Nederland ontvangen op zijn verzoek om toelating tot de wsnp. Het hof heeft vastgesteld dat de appellant in de drie jaren voorafgaand aan zijn verzoek te goeder trouw is geweest ten aanzien van het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden. De rechtbank had eerder geoordeeld dat de appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij te goeder trouw was, maar het hof heeft deze conclusie verworpen. Het hof heeft ook geoordeeld dat de appellant voldoende inspanningen heeft geleverd om zijn schulden te voldoen en dat de informatieplicht inmiddels is nageleefd. Het hof heeft de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling vastgesteld op 19 juni 2024, met een verlenging van zes maanden van de termijn van de wsnp. De appellant is gedurende deze verlenging ontheven van de verplichting tot afdracht aan de boedel en van zijn inspanningsverplichting. Het hof heeft het vonnis van de rechtbank vernietigd en de toepassing van de wsnp uitgesproken.