ECLI:NL:GHARL:2025:8018
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Wijma
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen proceskostenvergoeding bij overschrijding redelijke termijn in Wahv-zaak
De betrokkene kreeg een sanctie van €150 opgelegd voor rijden op het trottoir op 26 oktober 2022. De kantonrechter mat de sanctie wegens overschrijding van de redelijke termijn tot €112,50 en kende een proceskostenvergoeding toe met een wegingsfactor van 0,25, omdat het geschil beperkt was tot de vaststelling van die overschrijding.
De gemachtigde van de betrokkene stelde dat de wegingsfactor onjuist was toegepast en eiste een hogere vergoeding. Het hof oordeelde dat de kantonrechter onvoldoende had gemotiveerd waarom een wegingsfactor van 0,25 werd toegepast, terwijl in vergelijkbare Mulderzaken doorgaans 0,5 wordt gehanteerd.
Het hof vernietigde daarom het besluit over de proceskostenvergoeding en bepaalde dat de advocaat-generaal de proceskosten van de betrokkene moet vergoeden tot een bedrag van €929,68, waarbij rekening is gehouden met de aard van de zaak, het aantal punten en de redelijke termijn. Tevens werd een vergoeding voor de kosten in hoger beroep toegekend.
De uitspraak benadrukt het belang van een goede motivering bij het toepassen van wegingsfactoren in proceskostenvergoedingen en bevestigt de vaste jurisprudentie omtrent Mulderzaken en redelijke termijnen.
Uitkomst: Het hof vernietigt het besluit over de proceskostenvergoeding en veroordeelt de advocaat-generaal tot vergoeding van €929,68 aan de betrokkene.