In deze zaak heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 9 december 2025 uitspraak gedaan in het hoger beroep van [belanghebbende] B.V. tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 9 maart 2023. De rechtbank had een naheffingsaanslag in de belasting van personenauto’s en motorrijwielen (BPM) opgelegd van € 5.528, welke door de Inspecteur was verminderd tot € 4.547. De rechtbank kende ook proceskostenvergoedingen toe voor de bezwaarfase en de beroepsfase. Belanghebbende ging in hoger beroep, waarbij zij betoogde dat de handelsinkoopwaarde van de auto te laag was vastgesteld en dat er een schadevergoeding moest worden toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn. Het Hof oordeelde dat de naheffingsaanslag terecht was opgelegd, maar dat de historische bruto BPM moest worden aangepast. Het Hof concludeerde dat de naheffingsaanslag moest worden verminderd tot € 2.729 en dat de proceskostenvergoeding voor de bezwaarfase moest worden verhoogd tot € 1.294. Tevens werd de Staat veroordeeld tot vergoeding van immateriële schade van € 1.000 wegens overschrijding van de redelijke termijn. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en de naheffingsaanslag werd aangepast.