Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft het vonnis van de politierechter vernietigd en doet opnieuw recht in de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van bedreiging van een medewerker van de gemeente en een lid van het College van Procureurs-generaal van het Openbaar Ministerie.
De tenlastelegging betrof twee feiten: het bedreigen van een manager Sociaal Domein bij de gemeente met zware mishandeling middels sms, telefoongesprek en fysiek gedrag bij het gemeentehuis, en het bedreigen van een lid van het College van Procureurs-generaal met een dreigende brief. Het hof oordeelde dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in de vervolging van het tweede feit, ondanks dat dit feit in een eerdere strafzaak niet inhoudelijk is behandeld.
Het hof achtte het wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de bedreigingen heeft geuit, waarbij het opzet in voorwaardelijke zin gericht was op het daadwerkelijk op de hoogte raken van de bedreigde en het ontstaan van redelijke vrees. De verklaringen van getuigen en de context van een langlopend conflict met de gemeente ondersteunden dit oordeel.
Gezien de ernst van de feiten, het strafblad van verdachte en de beperkte overschrijding van de redelijke termijn, stelde het hof de strafmaat vast op acht weken gevangenisstraf met aftrek van voorarrest, een straf die reeds is uitgezeten. Verdachte zal derhalve niet opnieuw worden gedetineerd.