ECLI:NL:GHARL:2025:6851

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
4 november 2025
Publicatiedatum
4 november 2025
Zaaknummer
Wahv 200.354.889/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 11 WahvInstructie snelheidsoverschrijdingen en snelheidsbegrenzers College van procureurs-generaal (2022I002)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging kantonrechterlijke beslissing en matiging boetesnelheidsoverschrijding wegens procedurele fouten en hoorplichtschending

De betrokkene werd door de kantonrechter veroordeeld voor een snelheidsoverschrijding van 27 km/u binnen de bebouwde kom, met een boete van €306,-. De uitnodiging voor de zitting en de beslissing werden echter naar een oud adres gestuurd, zonder dat de kantonrechter een onderzoek naar het juiste adres instelde, terwijl de uitnodiging onbestelbaar retour kwam. Hierdoor was de betrokkene niet tijdig op de hoogte gesteld en was de beroepstermijn niet juist aangevangen.

De betrokkene voerde aan dat de boordsnelheidsmeter niet was gekalibreerd, wat de betrouwbaarheid van de meting zou aantasten. Het hof oordeelde dat de meting correct was gecorrigeerd met een lasergunmeting en dat de enkele ontkenning van de betrokkene onvoldoende was om twijfel te zaaien over de overtreding. Wel werd erkend dat de betrokkene niet is gehoord door de officier van justitie, wat een fundamentele schending van de hoorplicht vormt.

Het hof vernietigde daarom de beslissing van de kantonrechter en de beslissing van de officier van justitie, verklaarde het beroep gegrond en matigde de sanctie met 25 procent tot €229,50. Tevens werd bepaald dat indien teveel zekerheid was gesteld, het meerdere wordt gerestitueerd. De betrokkene had geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om zijn beroep nader toe te lichten.

Deze uitspraak benadrukt het belang van correcte oproeping, hoorplicht en de juiste toepassing van meetinstrumenten bij snelheidsmetingen in bestuursrechtelijke verkeerszaken.

Uitkomst: De boete voor snelheidsoverschrijding wordt gematigd tot €229,50 en de beslissing van de kantonrechter wordt vernietigd wegens procedurele fouten.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.354.889/01
CJIB-nummer
: 252291423
Uitspraak d.d.
: 4 november 2025
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank OostBrabant van 13 augustus 2024, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond verklaard en de sanctie gematigd tot een bedrag van € 229,50.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. De betrokkene voert aan dat hij de beslissing van de kantonrechter en de uitnodiging voor de zitting niet heeft ontvangen. De kantonrechter heeft deze brieven naar het oude adres van de betrokkene verzonden.
2. Uit het dossier blijkt dat de uitnodiging voor de zitting van de kantonrechter op 12 juni 2024 en de beslissing van de kantonrechter op 5 september 2024 zijn verzonden naar de betrokkene op het adres [het adres] . Op dit adres stond de betrokkene ingeschreven op het moment dat hij, op 22 januari 2023, beroep instelde. De betrokkene is op 25 februari 2023 ingeschreven op het adres [het adres] . Uit het dossier blijkt niet dat de betrokkene deze adreswijziging heeft doorgegeven aan de rechtbank. Van een betrokkene mag dit wel worden verwacht. [1] Maar in dit geval had de kantonrechter aanleiding moeten zien een onderzoek in te stellen naar het adres van de betrokkene voordat hij het beroep ter zitting behandelde en op het beroep besliste. De uitnodiging voor de zitting is namelijk onbestelbaar retour gekomen. Uit het dossier blijkt niet dat dit onderzoek is gedaan. Dit brengt mee dat de beroepstermijn niet is aangevangen en dat de betrokkene op 20 mei 2025 tijdig hoger beroep heeft ingesteld.
3. Omdat niet is gebleken dat de betrokkene (op de juiste manier) is opgeroepen voor de zitting van de kantonrechter, zal het hof de beslissing van de kantonrechter vernietigen. Het hof zal het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie beoordelen.
4. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 306,- voor:
“27 km per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom”. Deze gedraging zou zijn verricht op 10 september 2022 om 19:40 uur op de Vredeoord in Eindhoven met het voertuig met het kenteken [kenteken] . De officier van justitie heeft het beroep hiertegen ongegrond verklaard.
5. De betrokkene voert aan dat de ijking van de voor de meting gebruikte boordsnelheidsmeter enkele maanden verlopen was. Dit tast de betrouwbaarheid en rechtsgeldigheid van de meting ernstig aan. Het is inmiddels geruime tijd geleden en de betrokkene kan zich de betreffende situatie niet meer concreet herinneren. De betrokkene kan geen bevestiging geven voor zijn betrokkenheid als bestuurder op dat moment. Hij herkent het genoemde kenteken niet direct en heeft vanwege persoonlijke en financiële omstandigheden in de betreffende periode meerdere voertuigen afwisselend bestuurd. In beroep bij de kantonrechter heeft de betrokkene aangevoerd dat het onmogelijk is dat deze sanctie aan hem is opgelegd omdat hij op die dag en dat tijdstip niet in het betreffende voertuig heeft gereden. De betrokkene is volkomen onbekend met dit voertuig. Ook kan hij zich niets herinneren van een staandehouding. Daarnaast voert de betrokkene aan hij in geen enkel stadium van de procedure in de gelegenheid is gesteld om mondeling of schriftelijk zijn standpunt toe te lichten, hoewel hij daar nadrukkelijk om heeft verzocht. De kantonrechter erkent deze schending, maar meent dat dit gecompenseerd is door een matiging van het sanctiebedrag met 25 procent. Volgens het arrest van het hof van 22 november 2022 (ECLI:NL:GHARL:2022:9934) is een dergelijke schending fundamenteel van aard en dient dit te leiden tot vernietiging of heroverweging.
6. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
7. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“De werkelijke snelheid stelde ik vast met behulp van de gekalibreerde boordsnelheidsmeter van het dienstvoertuig, door bestuurder met een gelijkblijvende of vrijwel gelijkblijvende tussenafstand te volgen.
Afgelezen snelheid boordsnelheidsmeter: 85.
Snelheid volgens kalibratietabel: 80.
Werkelijke (gecorrigeerde) snelheid: 77.
Toegestane snelheid: 50.
Overschrijding met: 27.
Meetafstand: 400 m.
Tussenafstand: 50 m.
Goedkeuring kalibratie boordsnelheidsmeter geldig tot: 11 mei 2022.
De werkelijke snelheid is het resultaat van een, overeenkomstig de geldende aanwijzing meting snelheidsoverschrijdingen van het college van procureurs-generaal, uitgevoerde correctie op de met het meetmiddel gemeten (afgelezen) snelheid, volgens de kalibratietabel van het dienstvoertuig met kenteken [kenteken] . Na het aanzeggen van het proces-verbaal aan de betrokkene, kwam ik bij de administratieve afwerking hiervan erachter dat de geldigheid van de ijkingstabel verlopen was. Hierop heb ik samen met verbalisant [verbalisant] , middels een geldig geijkte, geldig tot en met 7 december 2022, lasergun vastgesteld wat de werkelijke snelheid betrof. Dit is vastgesteld door met het dienstvoertuig waarmee de snelheid gemeten was met deze snelheid, te weten 85 km/h, te rijden richting verbalisant [verbalisant] welke de lasergun bediende. Ik, verbalisant, [verbalisant] zag op het scherm van de lasergun dat het dienstvoertuig met een snelheid van 80 km/h op mij afgereden kwam. Hierbij kwam vast te staan van de gecorrigeerde snelheid van de tabel, te weten 4 km/h, door de laser vastgesteld werd op 5 km/h, dus hierop ‘voordeel schutter’ toegepast en in mindering gebracht. Daarmee is bij de gemeten snelheid van de betrokkene 1 km/h extra correctie toegepast dan reeds op de ijktabel heeft gestaan. 85 km/h boordsnelheidsmeter – 5 km/h correctie lasergun = 80 km/h, waar 50 is toegestaan en daarna is nog de wettelijke correctie van 3 km/h eraf gehaald. De netto snelheidsoverschrijding bedroeg dus 27 km/h.
Personalia conform: rijbewijs [rijbewijsnummer] .
Verklaring betrokkene: verdachte/betrokkene gaf geen verklaring. Omschrijving door verbalisant: wenste geen verklaring af te leggen.”
8. De betrokkene merkt terecht dat de goedkeuring van de kalibratie van de betreffende boordsnelheidsmeter was verlopen. De snelheidsmeting heeft niet plaatsgevonden met een geijkte boordsnelheidsmeter. In een dergelijk geval is het volgende van belang.
9. In paragraaf 2.1.4 van de Instructie snelheidsoverschrijdingen en snelheidsbegrenzers van het College van procureurs-generaal (2022I002) is het volgende bepaald over niet-gekalibreerde boordsnelheidsmeters:
“Voor het vaststellen van snelheidsoverschrijdingen wordt in beginsel alléén een gekalibreerde boordsnelheidsmeter gebruikt. In de uitzonderlijke gevallen dat toch (mede) gebruik wordt gemaakt van een dienstvoertuig waarvan de boordsnelheidsmeter niet is gekalibreerd, moet als volgt worden gehandeld.
De afwijking van de snelheidsmeter in het dienstvoertuig moet zo spoedig mogelijk na de constatering worden bepaald met behulp van een gecertificeerde snelheidsmeter met een geldig certificaat. De meetonzekerheid bij de kalibratie is afhankelijk van de gebruikte apparatuur. De verbalisant neemt in het proces-verbaal op dat hij heeft geconstateerd dat gewerkt is met een niet-gekalibreerde boordsnelheidsmeter. Verder verdient het aanbeveling te vermelden dat hij op grond van zijn ervaring in het verkeer inschat, dat betrokkene / verdachte reed met een snelheid van xx km/u, in elk geval met een snelheid die hoger lag dan de ter plaatse toegestane maximumsnelheid.”
10. De verklaring zoals opgenomen in het zaakoverzicht voldoet aan de voorschriften zoals hiervoor weergegeven. Het hof ziet geen reden en twijfelen aan de betrouwbaarheid en juistheid van de meting.
11. De betrokkene is staandegehouden en hierbij is zijn rijbewijsnummer genoteerd. De enkele ontkenning van de betrokkene dat hij in het voertuig heeft gereden, is onvoldoende om eraan te twijfelen dat de gedraging is verricht door de betrokkene. Dat de betrokkene zich niets meer kan herinneren van de staandehouding, brengt ook niet mee dat eraan moet worden getwijfeld dat de gedraging is verricht door de betrokkene.
12. De betrokkene is niet gehoord door de officier van justitie. Er doen zich ook geen gronden voor waarop van horen kon worden afgezien. De hoorplicht is daarom geschonden door de officier van justitie. De betrokkene heeft in administratief beroep zelf, zonder (professioneel) gemachtigde geprocedeerd. Het betreft een structurele schending van de hoorplicht. Het is vaste rechtspraak van het hof dat gelet op deze omstandigheden het sanctiebedrag gematigd dient te worden met 25 procent. Uit het door de betrokkene genoemde arrest volgt niet dat deze schending van de hoorplicht dient te leiden tot vernietiging of heroverweging van de inleidende beschikking. Dat de betrokkene niet de gelegenheid heeft gehad zijn standpunt toe te lichten bij de kantonrechter brengt niet mee dat het sanctiebedrag verder gematigd dient te worden.
13. Het hof zal beslissen als hierna vermeld.

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;
verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gedeeltelijk gegrond;
wijzigt de inleidende beschikking in zoverre dat het sanctiebedrag wordt gewijzigd in € 229,50;
bepaalt dat als de betrokkene op grond van artikel 11 van Pro de Wahv teveel zekerheid heeft gesteld, het meerdere door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.

Voetnoten

1.vgl. het arrest van het hof Leeuwarden van 1 mei 2002, gepubliceerd op rechtspraak.nl onder ECLI:NL:GHLEE:2002:AE3467.