Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[appellant]
[geïntimeerde]
1.De procedure bij de rechtbank
2.De procedure in hoger beroep
3.De feiten
4.De beoordeling
5.De beslissing
de rol van 18 november 2025voor memorie van grieven;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn ex-echtgenoten en gezamenlijk eigenaar van een woning waarover zij verschillende procedures hebben gevoerd. De voorzieningenrechter veroordeelde de man om mee te werken aan de verkoop van de woning, met een executoriale titel voor het geval hij niet meewerkt.
De man tekende hoger beroep aan tegen dit vonnis, maar heeft het hoger beroep niet binnen de wettelijke termijn van acht dagen ingeschreven in het rechtsmiddelenregister. Het hof stelde vast dat deze inschrijving niet heeft plaatsgevonden, ondanks betwisting over mogelijke post- of apparaatsfouten.
Het hof oordeelde dat de wettelijke eis van inschrijving strikt moet worden nageleefd om de rechtszekerheid omtrent registergoederen te waarborgen. Daarom verklaarde het hof het hoger beroep van de man gedeeltelijk niet-ontvankelijk voor zover het gericht was tegen de onderdelen van het vonnis die in de plaats treden van de leveringsakte.
Voor de overige onderdelen van het hoger beroep blijft de procedure open en is de zaak verwezen naar de rol voor verdere behandeling. Het arrest werd op 21 oktober 2025 uitgesproken door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het hof verklaart appellant gedeeltelijk niet-ontvankelijk in hoger beroep wegens niet-tijdige inschrijving in het rechtsmiddelenregister.