ECLI:NL:GHARL:2025:5215
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen beslissing officier van justitie inzake onvoldoende zicht door voorste zijruit bij voertuigbestuurder
M.J.M. Bergers stelde hoger beroep in tegen de beslissing van de kantonrechter die zijn beroep tegen de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaarde wegens het ontbreken van een machtiging. Het hof oordeelt dat de machtiging reeds bij het administratief beroepschrift was gevoegd en dat Bergers terecht optrad namens de betrokkene, waardoor de niet-ontvankelijkheidsverklaring onterecht was.
De zaak betreft een sanctie van €250 opgelegd voor het rijden met onvoldoende zicht door de voorste zijruit, belemmerd door planken op de bijrijdersstoel. De gemachtigde voerde aan dat de ambtenaar zelf in het voertuig had moeten plaatsnemen en dat feitcode P041b toepasselijker was. Het hof stelt vast dat het zicht via de voorruit en voorste zijruit rechts door de planken aanzienlijk werd belemmerd en dat de gedraging correct is vastgesteld met feitcode P041a.
De gemachtigde stelde dat de officier van justitie te laat had beslist, waardoor een dwangsom verschuldigd zou zijn. Het hof concludeert dat de beslissing op 24 mei 2023 is verzonden, binnen de termijn, en dat geen dwangsom verschuldigd is. Het beroep wordt ongegrond verklaard en verzoeken om dwangsom en proceskostenvergoeding worden afgewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de opgelegde sanctie van €250 blijft in stand; verzoeken om dwangsom en proceskostenvergoeding worden afgewezen.