Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[woonplaats](hierna: belanghebbende)
heffingsambtenaarvan de
gemeente Dantumadiel(hierna: de heffingsambtenaar).
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van zijn onroerende zaak vastgesteld op €338.000 voor het jaar 2021. De heffingsambtenaar verklaarde het bezwaar ongegrond, waarna belanghebbende beroep instelde bij de rechtbank. De rechtbank stelde de waarde bij tot €300.000 en vernietigde de uitspraak op bezwaar. Belanghebbende stelde vervolgens hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank, met name over het niet toekennen van een dwangsom wegens het niet tijdig beslissen op het bezwaar.
Het hof stelde vast dat de heffingsambtenaar de uitspraak op bezwaar van 29 november 2021 pas op 24 januari 2022 bekendmaakte, waardoor sprake was van een te late beslissing. Belanghebbende had de heffingsambtenaar op 1 januari 2022 schriftelijk ingebreke gesteld en een termijn van 14 dagen gegeven om alsnog te beslissen. Omdat de uitspraak pas na deze termijn werd ontvangen, had belanghebbende recht op een dwangsom over negen dagen à €23 per dag, in totaal €207.
Het hof oordeelde dat belanghebbende ontvankelijk was in het hoger beroep en dat het beroep gegrond was voor zover het ging om de dwangsom. De heffingsambtenaar werd veroordeeld tot betaling van de dwangsom en tot vergoeding van het betaalde griffierecht van €136. De overige geschilpunten, zoals de WOZ-waarde en proceskostenvergoeding, waren niet meer in geschil. Het hof beperkte zich tot het belastinggeschil en gaf geen oordeel over andere jaren of andere woningen.
Uitkomst: Het hof veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van een dwangsom van €207 wegens niet tijdig beslissen op bezwaar WOZ en tot vergoeding van het griffierecht.