Uitspraak
[appellant],
[geïntimeerde],
1.Het verdere verloop van de procedure in hoger beroep
2.De kern van de zaak
3.De feiten
Verklaring verschil Aankoopprijs en Waarde
in conventie:
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak gaat het om een hoger beroep dat is ingesteld door [appellant] tegen een vonnis van de rechtbank Noord-Nederland, waarin hij werd veroordeeld tot levering van onroerende zaken aan [geïntimeerde]. De rechtbank had op 26 april 2023 geoordeeld dat er een geldige koopovereenkomst was gesloten op 19 september 2021, en dat [appellant] toerekenbaar tekort was geschoten in de nakoming van deze overeenkomst. Het hof heeft in een eerder arrest van 14 mei 2024 [appellant] niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep voor zover dat gericht was tegen bepaalde onderdelen van het vonnis. Het hof heeft nu geoordeeld dat het hoger beroep ook voor een ander deel niet-ontvankelijk is, omdat het niet tijdig was ingeschreven in het rechtsmiddelenregister, zoals vereist door artikel 3:301 lid 2 BW. Het hof heeft echter ook geoordeeld dat de contractuele boete die aan [appellant] was opgelegd, gematigd moet worden. Het hof heeft vastgesteld dat [appellant] al een bedrag van € 19.880 aan [geïntimeerde] heeft betaald ter compensatie van schade, en heeft de boete verlaagd van € 60.000 naar € 40.120. De beslissing van het hof houdt in dat [geïntimeerde] deze boete mag verrekenen met de te betalen koopsom voor de onroerende zaken. Het hof heeft verder bepaald dat iedere partij de eigen kosten van het hoger beroep draagt.