Uitspraak
[verdachte] ,
Het hoger beroep
Het onderzoek van de zaak
- de verdachte ter zake van de onder 1 meer subsidiair, 2 subsidiair en 3 subsidiair aan hem ten laste gelegde feiten zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van vierentwintig maanden, met aftrek van de periode die de verdachte heeft doorgebracht in voorarrest en daarnaast zal opleggen de maatregel van artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht (Sr);
- de schorsing van de voorlopige hechtenis zal opheffen bij het arrest in deze zaak;
- de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] deels zal toewijzen, tot een bedrag van € 500,00 ter zake van de gevorderde immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, en de verdachte hoofdelijk aansprakelijk zal stellen;
- de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 2] deels zal toewijzen, tot een bedrag van € 19.200,00, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, en de verdachte hoofdelijk aansprakelijk zal stellen;
- de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 3] deels zal toewijzen, tot een bedrag van € 19.200,00, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, en de verdachte hoofdelijk aansprakelijk zal stellen.
Het vonnis waartegen het hoger beroep is gericht
- de verdachte ter zake van de onder 1 meer subsidiair, 2 subsidiair en 3 subsidiair aan hem ten laste gelegde feiten veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vierentwintig maanden, met aftrek van de periode die de verdachte heeft doorgebracht in voorarrest en daarnaast opgelegd de maatregel van artikel 38z Sr;
- de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] deels toegewezen, tot een bedrag van € 500,00 ter zake van de gevorderde immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, en de verdachte hoofdelijk aansprakelijk gesteld;
- de vordering van [benadeelde partij 1] voor het overige afgewezen;
- de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 2] deels toegewezen, tot een bedrag van € 19.200,00, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, en de verdachte hoofdelijk aansprakelijk gesteld;
- de vordering van [benadeelde partij 2] voor het overige afgewezen;
- de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 3] deels toegewezen, tot een bedrag van € 19.200,00, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, en de verdachte hoofdelijk aansprakelijk gesteld;
- de vordering van [benadeelde partij 3] voor het overige afgewezen.
nietwat. De mogelijkheden op het gebied van (criminele) activiteiten met tiewraps en een Glassexfles zijn legio. Zijn rol is daarnaast onvoldoende actief, onvoldoende substantieel en te gering geweest voor medeplichtigheid. Hij heeft het zich enigszins laten overkomen en aanmeten, aldus de verdediging.
wistdat er een vuurwapen ter beschikking was.
medeplegen van mishandeling
Oplegging van straf
- de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;
- de rol van de verdachte - als medepleger - ter zake van het bewezen verklaarde binnendringen in de woningoverval aan [adres] in [plaats] (feit 1 meer subsidiair). Dit binnendringen in de woning heeft vervolgens geresulteerd in mishandeling van de betrokken bewoner [slachtoffer 1] (feit 1 meer subsidiair) en een poging tot afpersing van [slachtoffer 1] (feit 2 subsidiair). Op 12 december 2022 is de verdachte samen met de medeverdachte [medeverdachte 1] naar een woning aan [adres] in [plaats] gegaan om een schuld te vereffenen. Om aangever ertoe te dwingen zijn telefoon te resetten ter vereffening van de schuld hebben de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte 1] de voordeur van aangevers woning ingetrapt, waarna ze aangever in zijn woning hebben mishandeld. Op enig moment heeft aangever een mogelijkheid gezien te ontsnappen en is hij vervolgens roepend om hulp zijn woning uit gevlucht. Aangever heeft veel pijn geleden door het geweld dat tegen hem is gebruikt en voelde zich nadien onveilig in zijn eigen woning. Door aldus te handelen heeft de verdachte een ernstige inbreuk gemaakt op de geestelijke en lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Het gerechtshof rekent het de verdachte aan dat hij zich enkel heeft laten leiden door zijn eigen financiële gewin, alsmede dat hij in het feit dat aangever een schuld bij hem had kennelijk een rechtvaardiging heeft gezien voor het gebruik van geweld;
- de rol van de verdachte - als medeplichtige - ter zake van het bewezen verklaarde bijzonder gewelddadige woningoverval aan [adres] in [plaats] (feit 3 subsidiair).
- de omstandigheid dat de verdachte zich daarvan kennelijk geen enkele rekenschap heeft gegeven en heeft gehandeld zonder enig respect voor het welzijn en het eigendomsrecht van een ander;
- de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht. Ter zake van het misdrijf van een gewelddadige overval in een woning kan in beginsel - aan de dader - een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren worden opgelegd. Als straf vermeerderende factoren kunnen daarbij in de beschouwing worden betrokken:
- het de verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van 27 mei 2025. Daaruit blijkt dat de verdachte eerder, op 24 november 2020, is veroordeeld ter zake van het plegen van een reeks vermogensdelicten, waaronder twee vermogensdelicten met een geweldscomponent - bedreiging met geweld tegen personen -, welke veroordeling onherroepelijk is. Dit pleit niet in zijn voordeel, nu een eerdere stevige bestraffing de verdachte er kennelijk niet van heeft weerhouden opnieuw te proberen een vermogensdelict (gericht tegen [slachtoffer 1] ) te plegen, met gebruikmaking van geweld, en een ander gewelddadig vermogensdelict (gericht tegen [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] ) te faciliteren. Daarnaast is hij veroordeeld ter zake van het plegen van andersoortige strafbare feiten - welke veroordelingen eveneens onherroepelijk zijn - zij het dat het daarbij het niet gaat om recente veroordelingen;
- de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken.
het voortgangsverslag toezicht van Reclassering Nederland van 16 juni 2025 - geen aanleiding voor de oplegging van de door de advocaat-generaal gevorderde maatregel van artikel 38z Sr. Wél zal het gerechtshof (bij het voorwaardelijk strafdeel) opleggen de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering en zoals hieronder nader bepaald in het dictum. Daarmee staat de verdachte gedurende de proeftijd van drie jaren onder intensief toezicht en onder begeleiding.
Vorderingen van de benadeelde partijen
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1]
materiële schadeis het gerechtshof niet gebleken dat de gestelde schade rechtstreeks is toegebracht door het bewezen verklaarde. De benadeelde partij zal daarom in zoverre niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering.
immateriële schadestelt het gerechtshof vast dat niet in geschil is dat de benadeelde partij op andere wijze, zoals bedoeld in artikel 6:106 aanhef en onder b van het Burgerlijk Wetboek (BW), in de persoon is aangetast. De aard en ernst van het bewezen verklaarde feit en de daarmee gepaard gaande schending van persoonlijkheidsrechten van de benadeelde partij zijn zodanig dat die aantasting kan worden aangenomen. De benadeelde partij heeft dus recht op een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2]
immateriële schadestelt het gerechtshof vast dat niet in geschil is dat de benadeelde partij op andere wijze, zoals bedoeld in artikel 6:106 aanhef en onder b BW, in de persoon is aangetast. De aard en ernst van het bewezen verklaarde feit en de daarmee gepaard gaande schending van persoonlijkheidsrechten van de benadeelde partij zijn zodanig dat die aantasting kan worden aangenomen. De benadeelde partij heeft dus recht op een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 3]
immateriële schadestelt het gerechtshof vast dat niet in geschil is dat de benadeelde partij op andere wijze, zoals bedoeld in artikel 6:106 aanhef en onder b BW, in de persoon is aangetast. De aard en ernst van het bewezen verklaarde feit en de daarmee gepaard gaande schending van persoonlijkheidsrechten van de benadeelde partij zijn zodanig dat die aantasting kan worden aangenomen. De benadeelde partij heeft dus recht op een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
40 (veertig) maanden.
20 (twintig) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
3 (drie) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de verdachte gedurende de proeftijd van 3 (drie) jaren ten behoeve van het vaststellen van zijn/haar identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclasseringsinstelling zo vaak en zolang als de reclasseringsinstelling dit noodzakelijk acht daaronder begrepen, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd.
- zal verblijven in woonvormen van het Leger des Heils of een andere instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering, zo lang de reclassering dat nodig vindt, en zich zal houden aan de huisregels en het dagprogramma van die instelling;
- dat de verdachte op geen enkele wijze - direct of indirect- contact zal hebben of zoeken met:
- dat het de verdachte verboden is zich te bevinden in [plaats] , zo lang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt;
- zal meewerken aan het aflossen van schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening, en dat hij de reclassering inzicht zal geven in zijn financiën en schulden;
- zal meewerken aan controle (urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) op het gebruik van alcohol en drugs.