Uitspraak
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep
- de memorie van grieven
- de memorie van antwoord
- het verslag (proces-verbaal) van de mondelinge behandeling die op 2 juni 2025 is gehouden.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Appellant, die sinds 2019 een WIA-uitkering ontvangt wegens 80-100% arbeidsongeschiktheid, trad in dienst bij Balaena B.V., waar een aanvullende arbeidsongeschiktheidsverzekering bij Achmea was afgesloten. Na ziekte en het doorlopen van de wachttijd vroeg appellant een uitkering aan, die Achmea weigerde omdat het WIA-gat al bestond bij het aangaan van de verzekering.
De rechtbank wees de vorderingen van appellant af, en het hof bevestigt deze beslissing. Het hof overweegt dat de verzekering alleen uitkering biedt bij het ontstaan of vergroten van een WIA-gat na indiensttreding, terwijl appellant al volledig arbeidsongeschikt was en het gat maximaal bestond.
Appellant voerde aan dat hij bij indiensttreding niet ziek was en zelf uren kon bepalen, maar dit verandert niets aan de vastgestelde arbeidsongeschiktheid door het UWV. Ook een latere vaststelling van volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid door het UWV leidt niet tot een andere uitkomst.
Het hof wijst ook het beroep op het Van Leeuwen Convenant en vermeende toezeggingen van Achmea af. De proceskosten worden aan appellant opgelegd. Het vonnis van de rechtbank blijft ongewijzigd.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bekrachtigt het vonnis dat geen uitkering op de aanvullende arbeidsongeschiktheidsverzekering toekomt.