Verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor mensenhandel gericht op seksuele uitbuiting van een jonge vrouw die hij kende als partner van haar zus. De vrouw raakte door toedoen van verdachte verslaafd aan cocaïne en werd door hem vervoerd naar parkeerplaatsen, een bioscoop en een parenclub waar zij seksuele handelingen moest verrichten met andere mannen. Verdachte oefende daarbij controle uit via een GPS-app op haar telefoon en had toegang tot haar sociale media en berichten.
De verklaringen van het slachtoffer werden als betrouwbaar beoordeeld, mede door bevestiging van verdachte zelf en ondersteunend bewijs. Het hof achtte bewezen dat verdachte misbruik maakte van de kwetsbare positie van het slachtoffer en uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht had, waardoor zij zich niet kon verzetten.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank vanwege een andere bewezenverklaring en strafoplegging. Verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van één maand en een taakstraf van 120 uur, te vervangen door 60 dagen hechtenis. De straf is lager dan de eis van achttien maanden vanwege overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg en hoger beroep.
De zaak illustreert de ernst van mensenhandel en de impact op slachtoffers, waarbij het hof rekening hield met persoonlijke omstandigheden van verdachte en het ontbreken van financieel voordeel. De straf weerspiegelt de ernst van het feit en de noodzaak van vergelding.