Uitspraak
11 juni 2025
De procedure
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Verzoekster, raadsheer-plaatsvervanger in het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, verzocht zich te mogen verschonen in procedures betreffende aanslagen vennootschapsbelasting. Zij stelde dat haar incidentele samenwerking met de gemachtigde van een belanghebbende in een cursus procesvoering en contact over syllabusupdates haar onvrijheid tot behandeling van de zaken veroorzaakten.
De meervoudige kamer voor de behandeling van wrakings- en verschoningsverzoeken beoordeelde het verzoek aan de hand van artikel 8:19 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en jurisprudentie van de Hoge Raad. De kamer stelde vast dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij uitzonderlijke omstandigheden objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid opleveren.
Gezien het incidentele karakter van het contact, het professionele karakter van de gemachtigde en het ontbreken van verband tussen de cursus en de belastingzaken, concludeerde de kamer dat geen aanwijzingen voor vooringenomenheid of schijn daarvan aanwezig zijn. Daarom werd het verzoek tot verschoning afgewezen.
De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 11 juni 2025 te Arnhem door de meervoudige kamer, en er staat geen rechtsmiddel tegen open.
Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de raadsheer-plaatsvervanger wordt afgewezen wegens het ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.