AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Hoger beroep over beroepsfout advocaat bij incasso dwangsom en zorgplicht
Deze civiele zaak betreft een geschil tussen een cliënt en diens advocatenmaatschap over vermeende beroepsfouten van de advocaat in de uitvoering van een dwangsomincasso. De cliënt stelt dat de advocaat onrechtmatig heeft gehandeld door tegen zijn wil het vonnis niet tijdig te executeren, waardoor een dwangsom van €500.000 is verloren gegaan. De advocaat had volgens de cliënt moeten waarschuwen voor het risico van het verval van de dwangsom en had direct moeten incasseren.
De feiten betreffen een ruimte voor ruimte overeenkomst tussen de cliënt en een wederpartij, waarbij sloop van gebouwen was overeengekomen. Na het niet volledig uitvoeren van de sloop legde de gemeente een last onder dwangsom op. De advocaat van de cliënt stemde in met uitstel van executie van de dwangsom tot na een hoger beroep en gaf meerdere termijnen aan de wederpartij om alsnog te voldoen.
De kantonrechter veroordeelde de cliënt tot betaling van declaraties van de advocatenmaatschap, terwijl de cliënt in reconventie schadevergoeding vorderde wegens de vermeende beroepsfout. Het hof wil nadere inlichtingen over de vermeende tekortkoming en de schade en heeft een mondelinge behandeling bevolen. De zaak is aangehouden tot nadere beslissing na deze behandeling.
Uitkomst: Het hof beveelt een mondelinge behandeling en houdt de zaak aan voor nadere beslissing over de vermeende beroepsfout en schade.
Voetnoten
1.in rov. 3.14. en 3.15. aangehaald.
2.producties 3 en 5 bij inleidende dagvaarding.
3.zie voor de voorgeschiedenis verder rov. 3 van het arrest van dit hof van 15 juni 2021 in productie 10 bij inleidende dagvaarding en producties V12 en V17 bij conclusie van antwoord in reconventie, ECLI:NL:GHARL:2021:5838. 4.productie 6 bij inleidende dagvaarding en productie V17 bij conclusie van antwoord in reconventie.
5.productie V3 bij conclusie van antwoord in reconventie.
6.productie V7 bij conclusie van antwoord in reconventie.
7.productie 8 bij inleidende dagvaarding.
8.producties 9 bij inleidende dagvaarding.
9.productie V8 bij conclusie van antwoord in reconventie.
10.productie V10 bij conclusie van antwoord in reconventie.
11.productie V4 bij conclusie van antwoord in reconventie, productie V9 bij conclusie van antwoord in reconventie en productie V10 bij conclusie van antwoord in reconventie.
12.onder zaaknummer 200.287.552.
13.productie 11 bij inleidende dagvaarding, blad 2.
14.zie dat proces-verbaal blad 6 e.v.
15.zie dat proces-verbaal, bladen 15 en 16.
16.productie 10 bij inleidende dagvaarding, en producties V12 en V17 bij conclusie van antwoord in reconventie, ECLI:NL:GHARL:2021:5838. 17.productie V4 bij conclusie van antwoord in reconventie.
18.productie V14 bij conclusie van antwoord in reconventie.
19.productie V14 bij conclusie van antwoord in reconventie.
20.producties V13 en V14 bij conclusie van antwoord in reconventie.
21.productie V15 bij conclusie van antwoord in reconventie.
22.productie 3 bij conclusie van antwoord in conventie.
23.productie V16 bij conclusie van antwoord in reconventie.
24.productie 4 bij conclusie van antwoord in conventie, productieV17 bij conclusie van antwoord in reconventie en productie V18 bij conclusie van antwoord in reconventie.
25.productie V18 bij conclusie van antwoord in reconventie.
26.productie 12 bij inleidende dagvaarding, productie 4 bij conclusie van antwoord in conventie en producties V17 en V18 bij conclusie van antwoord in reconventie.
27.productie 6 bij conclusie van antwoord.
28.productie 6 bij conclusie van antwoord.
29.productie V5 bij conclusie van antwoord in reconventie.
30.productie 13 bij inleidende dagvaarding en productie V6 bij conclusie van antwoord in reconventie.
31.zie hiervoor rov. 2.2.