Partijen sloten in 2014 een ruimte-voor-ruimte overeenkomst waarbij appellant slooprechten ter grootte van 1.400 m2 staloppervlakte overdroeg aan geïntimeerde tegen betaling. Levering vond plaats door het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan dat bouw op het perceel van geïntimeerde mogelijk maakte.
Hoewel appellant deels sloopte, bleef circa 380 m2 bedrijfsbebouwing staan. Geïntimeerde kon daardoor geen omgevingsvergunning verkrijgen, wat leidde tot een last onder dwangsom van de gemeente. Geïntimeerde vorderde in kort geding volledige sloop van de bebouwing, wat de voorzieningenrechter toewijst.
Appellant voert in hoger beroep verjaring en klachtplicht aan en stelt dat geïntimeerde slooprechten heeft doorverkocht. Het hof oordeelt dat de vordering niet verjaard is, de klachtplicht niet van toepassing is op onvolledige nakoming, en dat appellant tekortschiet in zijn verplichtingen. Het hof bekrachtigt het vonnis en veroordeelt appellant in de kosten van het hoger beroep.