ECLI:NL:GHARL:2024:656
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Vermindering boete wegens overschrijding redelijke termijn in bestuursstrafzaak verkeersovertreding
In deze bestuursstrafzaak ging het om een sanctie van €140,- opgelegd aan de kentekenhouder voor het handelen in strijd met een geslotenverklaring op 14 oktober 2020 in Gouda. De betrokkene stelde dat er geen reële mogelijkheid tot staandehouding was geweest en dat de redelijke termijn van berechting was overschreden.
Het hof oordeelde dat de ambtenaar die de overtreding via live camerabeelden constateerde niet ter plaatse was en dat het speculatief was te veronderstellen dat een collega ter plaatse de bestuurder had kunnen staande houden. Daarom kon de sanctie terecht aan de kentekenhouder worden opgelegd volgens artikel 5 Wahv Pro.
Verder stelde het hof vast dat de redelijke termijn van berechting in eerste aanleg was overschreden, maar dat deze termijn met vier maanden kon worden verlengd vanwege een aan de betrokkene toe te rekenen draagkrachtverweer. Daarom werd de boete met 25% gematigd tot €105,-. Daarnaast werd de advocaat-generaal veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €875,- wegens de overschrijding van de redelijke termijn.
Uitkomst: De boete wordt gematigd tot €105,- wegens overschrijding van de redelijke termijn en de advocaat-generaal wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.