Uitspraak
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De rechtbank Gelderland had de echtscheiding uitgesproken en het gezamenlijk gezag beëindigd, waarbij de moeder het eenhoofdig gezag kreeg en de vader recht op contact met de kinderen behield. De vader ging in hoger beroep tegen deze beslissing en verzocht onder meer om een zorgregeling waarbij hij de kinderen vaker zou zien, een deskundigenonderzoek en een bijzondere curator.
Het hof oordeelde dat er geen verzoek tot kinderbeschermingsmaatregel lag, waardoor een deskundigenonderzoek op grond van artikel 810a Rv niet kon worden toegewezen. Ook wees het hof het verzoek tot benoeming van een bijzondere curator af, omdat geen belangenconflict tussen moeder en kinderen was gebleken. Het hof bevestigde dat het in het belang van de kinderen was dat de moeder het gezag alleen uitoefent, mede vanwege het ontbreken van communicatie tussen de ouders en de onrust die gezamenlijk gezag zou veroorzaken.
De omgangsregeling werd door het hof aangepast: de vader krijgt minimaal eenmaal per maand zeven uur contact met de kinderen, waarvan het eerste uur en de laatste drie uren onder begeleiding plaatsvinden, met de gecertificeerde instelling (GI) als regisseur voor uitbreiding. Het verzoek van de vader om vier dagen per week zorg werd afgewezen vanwege onvoldoende bekendheid met zijn situatie en signalen dat de kinderen mogelijk onnodig belast worden.
Ten aanzien van de kinder- en partneralimentatie oordeelde het hof dat de moeder haar behoefte onvoldoende had onderbouwd met financiële stukken. Daarom vernietigde het hof het eerdere besluit en wees de verzoeken af. Het hoger beroep leidde tot bevestiging van het eenhoofdig gezag, aanpassing van de omgangsregeling en afwijzing van alimentatieverzoeken.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het eenhoofdig gezag van de moeder, stelt een minimale omgangsregeling vast en wijst de verzoeken tot kinder- en partneralimentatie af.