Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Stichting Jeugdbescherming Gelderland,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de kinderrechter die de ondertoezichtstelling van haar minderjarige kind verlengde en machtiging gaf tot uithuisplaatsing in een pleegzorgvoorziening. De vader, die geen gezag heeft, werd door het hof niet als belanghebbende aangemerkt en zijn verweerschrift buiten beschouwing gelaten.
De feiten tonen aan dat de minderjarige sinds november 2023 bij haar grootvader verblijft. De moeder heeft het contact met de gecertificeerde instelling (GI) en hulpverlening gestaakt, waardoor zicht op de opvoedsituatie ontbreekt. Er zijn zorgen over het welzijn van het kind, zoals slaapproblemen en tegendraads gedrag, en over het gedrag van de moeder, waaronder rijden zonder rijbewijs en middelengebruik.
Hoewel de moeder in hoger beroep heeft erkend fouten te hebben gemaakt en kan reflecteren, is het hof van oordeel dat zij momenteel niet in staat is een veilige en stabiele opvoeding te bieden. De uithuisplaatsing is daarom noodzakelijk in het belang van het kind. Het hof bekrachtigt de bestreden beschikking en wijst het beroep van de moeder af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de machtiging tot uithuisplaatsing en wijst het beroep van de moeder af.