Belanghebbende is geconfronteerd met een naheffingsaanslag BPM van € 1.691, gebaseerd op een taxatierapport en een onderzoek van de Inspecteur. De Inspecteur heeft de aanslag verminderd tot € 1.136 na bezwaar, maar de rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond. Belanghebbende stelde in hoger beroep dat de waardevermindering wegens schade aan de auto hoger is dan door de Inspecteur in aanmerking genomen.
Het hof overwoog dat de bewijslast voor een verdere waardevermindering bij belanghebbende ligt en dat hij onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de schadewaardevermindering hoger is dan de € 10.074 die de Inspecteur hanteert. Het taxatierapport van belanghebbende bevatte onvoldoende overtuigend bewijs en de foto's waren niet duidelijk genoeg. Het hof achtte het rapport van de DRZ-taxateur deskundig en betrouwbaar.
Verder werd overwogen dat het volledige schadebedrag niet zonder meer gelijk is aan de waardevermindering, omdat herstel ook normale gebruikssporen verwijdert. Gezien de leeftijd en kilometerstand van de auto achtte het hof het door de Inspecteur gehanteerde bedrag redelijk. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard, ook voor de belastingrente.
Het hof wees geen vergoeding van griffierecht of proceskosten toe en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.