Uitspraak
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep inclusief grieven, met het verzoek behandeling in spoedappel
- de memorie van antwoord met eiswijziging en voorwaardelijke eis in reconventie.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak heeft Furukawa Rock Drill Europe B.V. (FRD) hoger beroep ingesteld tegen een bodemvonnis van 21 februari 2024, waarin zij was veroordeeld tot betaling van € 858.211,93 aan DDC-Products B.V. (DDC-P). DDC-P had de executie van het vonnis aangezegd, waarna FRD een executie-kort geding startte om schorsing van de executie te verkrijgen onder de voorwaarde van een bankgarantie.
De voorzieningenrechter had de schorsing van de executie toegekend onder de voorwaarde dat FRD zekerheid stelt in de vorm van een bankgarantie. DDC-P was het niet eens met deze beslissing en vorderde afwijzing van de schorsing. Het hof bekrachtigt grotendeels de beslissing van de voorzieningenrechter, maar past de duur en werking van de schorsing aan. De schorsing geldt tot het eindarrest in de bodemprocedure, niet langer.
Het hof weegt het belang van FRD bij schorsing en zekerheidstelling tegen het belang van DDC-P bij directe executie. Gezien het negatieve eigen vermogen van DDC-P en het risico op restitutie aan FRD bij een succesvol hoger beroep, weegt het belang van FRD zwaarder. De bankgarantie van € 1.137.500, afgegeven door ABN AMRO, wordt als passend beoordeeld, ondanks enige onduidelijkheden in de voorwaarden.
De proceskosten in hoger beroep worden gecompenseerd. Het arrest is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en is op 18 juni 2024 door het hof uitgesproken.
Uitkomst: De executie van het bodemvonnis wordt geschorst tot het eindarrest in hoger beroep onder voorwaarde van een bankgarantie van € 1.137.500.