ECLI:NL:GHARL:2024:3938

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
11 juni 2024
Publicatiedatum
12 juni 2024
Zaaknummer
200.340.986
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 332 lid 1 Rv
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep wegens niet behalen appelgrens in kort geding

Appellant stelde hoger beroep in tegen een vonnis in kort geding van de kantonrechter Gelderland waarin hij werd veroordeeld tot betaling van proceskosten aan Scaly.

De vordering van Scaly betrof uitsluitend proceskosten van in totaal €542, wat onder de appelgrens van artikel 332 lid 1 Rv Pro van €1.750 ligt. Het hof stelde appellant in de gelegenheid zich uit te laten over zijn ontvankelijkheid, maar appellant maakte hier geen gebruik van.

Omdat de appelgrens ook in kort geding van toepassing is en de vordering onder deze grens ligt, verklaart het hof appellant niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Scaly is niet verschenen, waardoor in hoger beroep geen proceskostenveroordeling wordt uitgesproken.

Het arrest werd op 11 juni 2024 uitgesproken door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, waarbij de relevante jurisprudentie werd betrokken.

Uitkomst: Appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens niet behalen van de appelgrens.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem, afdeling civiel
zaaknummer gerechtshof 200.340.986
zaaknummer rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem: 10874714
arrest in kort geding van 11 juni 2024
in de zaak van
[appellant]
die woont in [woonplaats1]
die hoger beroep heeft ingesteld
en bij de kantonrechter optrad als eiser
hierna: [appellant]
advocaat: mr. A.T. Leigh
tegen
de maatschap Scaly
die is gevestigd in Arnhem
en bij de kantonrechter optrad als gedaagde
hierna: Scaly
niet verschenen

1.Het verloop van de procedure in hoger beroep

[appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis in kort geding dat de kantonrechter in de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, op 22 februari 2024 tussen partijen heeft uitgesproken. Het procesverloop in hoger beroep blijkt uit de dagvaarding in hoger beroep.

2.De kern van de zaak

2.1.
[appellant] heeft Scaly gedagvaard in een kort geding procedure bij de kantonrechter (als voorzieningenrechter). Hij heeft het kort geding vervolgens ingetrokken. Scaly heeft gevorderd dat [appellant] in de proceskosten wordt veroordeeld. De kantonrechter heeft die vordering toegewezen. In totaal gaat het om een bedrag van € 542,- (inclusief nakosten).
2.2.
[appellant] heeft op 21 maart 2024 hoger beroep ingesteld. Hij vordert vernietiging van voornoemd vonnis in kort geding van 22 februari 2024.
2.3.
Het hof heeft [appellant] in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over zijn ontvankelijkheid, omdat zijn vordering onder de appelgrens van artikel 332 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) ligt. [appellant] heeft van die gelegenheid geen gebruik gemaakt. Scaly is niet in de procedure verschenen.

3.Het oordeel van het hof

3.1.
Het hof zal [appellant] niet-ontvankelijk verklaren in het door hem ingestelde hoger beroep.
3.2.
Volgens art. 332 lid 1 Rv Pro kunnen partijen van een in eerste aanleg gewezen vonnis in hoger beroep komen, tenzij de vordering waarover de rechter in eerste aanleg had te beslissen niet meer bedraagt dan € 1.750,-. In eerste aanleg diende de kantonrechter uitsluitend te beslissen over de door Scaly gevorderde proceskosten. De kantonrechter heeft die kosten toegewezen en begroot op € 407,-, zijnde de helft van het liquidatietarief, en op € 135,- in verband met nakosten. [appellant] is het niet eens met deze veroordeling. Het door hem ingestelde hoger beroep richt zich tegen de toegewezen proceskosten van in totaal € 542,-. Dit bedrag ligt onder de appelgrens. Deze appelgrens is (overeenkomstig) van toepassing in dit geval. [1] Om die reden kan [appellant] niet worden ontvangen in het door hem ingestelde hoger beroep en zal het hof hem niet-ontvankelijk verklaren. Doordat Scaly niet in de procedure is verschenen, blijft een proceskostenveroordeling in hoger beroep achterwege.

4.De beslissing

Het hof:
verklaart [appellant] niet-ontvankelijk in het door hem ingestelde hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door mrs. S.C.P. Giesen, M. Schoemaker en G.R. den Dekker, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op
11 juni 2024.

Voetnoten

1.HR 3 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1087 (r.o. 3.5.4) en HR 3 april 1981, ECLI:NL:HR:1981:AG4175.