De Stichting Twickel is eigenaar van grond waarop TenneT een nieuwe ondergrondse hoogspanningsverbinding wil aanleggen en instandhouden. Na mislukte onderhandelingen legde de minister op grond van de Belemmeringenwet Privaatrecht een gedoogplicht op aan de Stichting, die het gebruik van de grond beperkt.
De Stichting stelde dat de gedoogplicht meer belemmering oplevert dan redelijkerwijs nodig is, met name omdat de strook grond breder is dan noodzakelijk en omdat de gedoogbeschikking geen uitzondering bevat voor werkzaamheden die niet dieper dan 80 cm onder maaiveld worden uitgevoerd, terwijl die in het bestemmingsplan wel zijn opgenomen.
Het hof oordeelt dat de breedte van de strook gerechtvaardigd is vanwege veiligheids- en onderhoudsvereisten. Ook is het terecht dat de gedoogbeschikking de gebruiksbeperkingen concreet vermeldt, ondanks dat soortgelijke beperkingen ook in bestemmingsplannen zijn opgenomen. Wel is het hof van oordeel dat het ontbreken van een uitzondering voor werkzaamheden niet dieper dan 80 cm onder maaiveld leidt tot meer belemmering dan nodig, omdat deze werkzaamheden frequent voorkomen en TenneT geen bezwaar heeft tegen deze uitzondering.
Daarom vernietigt het hof de gedoogbeschikking voor zover deze de Stichting betreft en veroordeelt de minister tot betaling van de proceskosten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.