ECLI:NL:GHARL:2023:8819
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen proceskostenvergoeding bij matiging bestuursrechtelijke sanctie
De betrokkene kreeg een sanctie van €400,- opgelegd wegens onnodig geluid veroorzaken met een motorvoertuig. De kantonrechter matigde deze sanctie tot €250,- en kende een proceskostenvergoeding toe voor de beroepsfase bij de kantonrechter, maar niet voor de administratief beroepsfase. Het hof vernietigt dit besluit en overweegt dat ook de kosten van het administratief beroep vergoed moeten worden, omdat de sanctie mede is gematigd door een wijziging van het sanctiebedrag door de regelgever.
De gemachtigde van de betrokkene voerde aan dat zonder het administratief beroep de matiging niet was bereikt en dat het openbaar ministerie de zaak niet tijdig doorstuurde, wat aanleiding gaf tot een klacht bij de Nationale Ombudsman. Het hof stelt dat de ambtenaar die de sanctie oplegt niet bevoegd is om de sanctie aan te passen aan omstandigheden, waardoor rechtsmiddelen noodzakelijk zijn om billijkheid te bereiken.
Het hof geeft een ruime uitleg aan het begrip 'aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid' en vindt dat proceskosten in administratief beroep vergoed moeten worden als de sanctie wordt gematigd, ongeacht of dit door omstandigheden of door wijziging van het sanctiebedrag komt. De kantonrechter wordt daarom op dit punt vernietigd en de advocaat-generaal wordt veroordeeld tot vergoeding van €1075,50 aan proceskosten.
Uitkomst: Het hof kent proceskostenvergoeding toe voor ook de administratief beroepsfase en veroordeelt de advocaat-generaal tot betaling van €1075,50.