ECLI:NL:GHARL:2023:6787
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen proceskostenvergoeding bij administratief beroep verkeersboete
De betrokkene maakte bezwaar tegen een verkeersboete en diende een administratief beroepschrift in. De kantonrechter matigde de proceskostenvergoeding voor het indienen van dit beroepschrift tot € 15,- vanwege het gebruik van standaard 'bouwstenen' en geautomatiseerd knip- en plakwerk, waardoor de vergoeding de werkelijke kosten zou overtreffen.
De betrokkene ging in hoger beroep tegen deze matiging. Het gerechtshof oordeelde dat de omstandigheden die de kantonrechter aanvoerde geen grond vormen voor matiging van de vergoeding op basis van artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht. Het hof vernietigde daarom de beslissing van de kantonrechter en stelde een hogere proceskostenvergoeding vast.
De vergoeding werd berekend aan de hand van punten toegekend voor het indienen van het administratief beroepschrift, het beroepschrift bij de kantonrechter en het hoger beroepschrift, met toepassing van wegingsfactoren passend bij het lichte karakter van de zaak. De advocaat-generaal werd veroordeeld tot vergoeding van € 1.075,50 aan proceskosten.
De zaak illustreert het belang van een correcte toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht en bevestigt dat matiging van proceskostenvergoeding niet zonder gegronde redenen kan plaatsvinden, ook niet bij standaard beroepschriften.
Uitkomst: Het gerechtshof vernietigt de matiging van de proceskostenvergoeding en stelt een vergoeding van € 1.075,50 vast.