Uitspraak
[de vrouw]
[de man]
1.De procedure bij de rechtbank
2.De procedure bij het hof
3.De beoordeling in het incident
de rol van 5 september 2023voor memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep;
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen, een man en een vrouw, procederen over de financiële afwikkeling van hun samenwoning die liep van 2005 tot 2017. De vrouw vordert betaling van geldbedragen van de man, terwijl de man stelt deze al te hebben terugbetaald. De rechtbank wees het verweer van de man af en veroordeelde hem tot betaling van een deel van de gevorderde bedragen.
In hoger beroep stelt de man dat de vrouw tegenover de Belastingdienst heeft verklaard dat hij zijn schulden aan haar heeft afgelost, hetgeen blijkt uit een verslag van een telefonische hoorzitting op 7 april 2020. De man vordert op grond van artikel 843a Rv inzage in dit verslag. De vrouw erkent het bestaan van het verslag, maar betwist dat de man partij is bij de rechtsbetrekking waarvoor het verslag is opgemaakt.
Het hof overweegt dat het verslag relevant is voor de geldvordering tussen partijen en dat de man een rechtmatig belang heeft bij inzage. De bezwaren van de vrouw tegen het verstrekken van het verslag kunnen bij de hoofdzaak worden behandeld. Het hof veroordeelt de vrouw om binnen twee weken een afschrift van het verslag aan de man te verstrekken en verklaart het arrest uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De vrouw is veroordeeld om binnen twee weken een afschrift van het verslag van de telefonische hoorzitting bij de Belastingdienst te verstrekken aan de man.