In deze civiele zaak stond centraal of Buzifac B.V. aan TenneT TSO B.V. een vergoeding verschuldigd is voor aansluit- en transportdiensten geleverd vanaf 1 juni 2017. Buzifac betwistte haar betalingsverplichting op grond van de stelling dat zij geen afnemer is in de zin van de Elektriciteitswet 1998, en dat een overeenkomst met een ander dan de afnemer nietig zou zijn.
Het hof verwijst naar eerdere jurisprudentie, waaronder een arrest van de Hoge Raad, waarin is vastgesteld dat de Elektriciteitswet 1998 niet verbiedt dat een netbeheerder een aansluit- en transportovereenkomst sluit met een partij die niet de eigenaar is van de onroerende zaak waarop de aansluiting rust. Buzifac is een 100%-dochter van Nyrstar, die de elektriciteit grotendeels verbruikt en de zinkfabriek leaset van Buzifac. Het hof oordeelt dat de overeenkomst tussen Buzifac en TenneT niet nietig is en dat Buzifac zich onvoorwaardelijk heeft verbonden tot betaling.
Buzifac voerde aan dat zij zich slechts voorwaardelijk tot betaling heeft verbonden, afhankelijk van haar status als afnemer, maar het hof acht dit betoog onvoldoende onderbouwd en niet aannemelijk. Ook het beroep op dwaling werd niet gevolgd, omdat geen vordering tot vernietiging van de overeenkomst is ingesteld. Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Gelderland en veroordeelt Buzifac tot betaling van proceskosten.
De uitspraak bevestigt dat binnen een concernstructuur de partij die de aansluiting juridisch houdt, ook kan worden gehouden tot betaling van aansluit- en transportkosten, ongeacht de feitelijke elektriciteitsafname door een andere groepsmaatschappij.