Uitspraak
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2001 tot en met 31 december 2006 te [pleegplaats] , althans in Nederland, met [benadeelde 1] (geboren op 21 september 1995), die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [benadeelde 1] , te weten (telkens) meermalen, in elk geval eenmaal
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2001 tot en met [geboortedag 3] 2004 te [pleegplaats] , althans in Nederland, met [benadeelde 2] (geboren op [geboortedag 3] 1992), die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [benadeelde 2] , te weten (telkens) meermalen, in elk geval eenmaal
(hierna: LEBZ)bestaat niet. Daarnaast is voldoende steunbewijs voorhanden. Getuige [naam 3] heeft gezien dat de verdachte aangeefster [benadeelde 1] heeft misbruikt. Ook het geluidsfragment kan als steunbewijs worden gebruikt. Ten aanzien van aangever [benadeelde 2] is sprake van schakelbewijs, in de vorm van de verklaring van [benadeelde 1] .
1.hij in of omstreeksde periode van 24 februari 2002tot en met 20 september2006 te [pleegplaats] , althans in Nederland,met [benadeelde 1] (geboren op 21 september 1995), die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een of meer handeling(en)heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en)uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [benadeelde 1] , te weten (telkens)meermalen, in elk geval eenmaal
2.hij in of omstreeksde periode van [geboortedag 3] 2003tot en met 23maart 2004 te [pleegplaats] , althans in Nederland,met [benadeelde 2] (geboren op [geboortedag 3] 1992), die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een of meerhandeling(en)heeft gepleegd, die bestond(en) uit ofmede bestond(en)uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [benadeelde 2] , te weten (telkens)meermalen, in elk geval eenmaal
(hierna PBC-rapportage)van 5 september 2022, opgemaakt door psychiater in opleiding A. Brouwer, onder supervisie van psychiater T.A. Wouters en psycholoog R.J.A. van Helvoirt en daarnaast op het reclasseringsadvies van [naam 5] van 15 november 2022.
(hierna Sv)biedt het hof in dit geval de mogelijkheid om kennis te nemen van feiten voor- en nadat de verdachte de leeftijd van achttien jaren heeft bereikt. Het hof dient op grond van artikel 495, vijfde lid, Sv een keuze te maken over het toepasselijke sanctiestelsel. Gelet op de toelichting bij de invoering van dit wetsartikel is de hoofdregel dat de berechting geschiedt volgens het volwassenenstrafrecht. Redenen voor toepassing van het jeugdstrafrecht kunnen worden gezien in de persoon van de verdachte of de omstandigheden waaronder het feit is begaan. Het hof ziet in deze zaak geen aanleiding om van de hoofdregel af te wijken. De verdachte zal daarom worden berecht op grond van het volwassenenstrafrecht met het daarbij behorende sanctiestelsel.
gevangenisstrafvoor de duur van
30 (dertig) maanden.
€ 13.883,67 (dertienduizend achthonderddrieëntachtig euro en zevenenzestig cent) bestaande uit € 1.383,67 (duizend driehonderddrieëntachtig euro en zevenenzestig cent) materiële schade en
€ 12.830,25 (twaalfduizend achthonderddertig euro en vijfentwintig cent) bestaande uit € 330,25 (driehonderddertig euro en vijfentwintig cent) materiële schade en € 12.500,- (twaalfduizend vijfhonderd euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.