Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 20 juni 2023 uitspraak gedaan in het hoger beroep van Stichting belanghebbende tegen de heffingsambtenaar over de WOZ-waardering van twee onroerende zaken: een voormalig jeugdinternaat dat als opvanghuis wordt gebruikt ([adres1] 0) en een woon-zorgcomplex ([adres2] 10). De heffingsambtenaar had voor 2020 respectievelijk waarden vastgesteld van € 1.088.000 en € 17.009.000, waartegen belanghebbende bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond voor het opvanghuis en gegrond voor het woon-zorgcomplex, waarbij de WOZ-waarde van het woon-zorgcomplex werd verlaagd naar € 16.600.000 en de gebruikerswaarde naar € 5.018.000. Tevens werd een proceskostenvergoeding van € 1.659,80 toegekend. Beide partijen stelden hoger beroep in tegen verschillende onderdelen van deze uitspraak.
In hoger beroep stemde belanghebbende in met de WOZ-waarde van het woon-zorgcomplex van € 17.009.000 en de gebruikerswaarde van € 5.018.000 zoals vastgesteld door de rechtbank. Het hof oordeelde dat het hoger beroep van belanghebbende ontvankelijk was en bevestigde de verlengde technische levensduur van het opvanghuis zoals door de heffingsambtenaar toegepast. Het hof vernietigde de uitspraak van de rechtbank voor het woon-zorgcomplex en de proceskostenvergoeding, stelde de aanslag OZB-gebruikers voor het woon-zorgcomplex vast op basis van de lagere gebruikerswaarde, en verhoogde de proceskostenvergoeding aan belanghebbende tot € 4.666 op grond van gewijzigde tarieven en het discriminatieverbod in de Grondwet.
De heffingsambtenaar werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht. De uitspraak bevat tevens een uitgebreide motivering over de waarderingsmethodiek, technische en functionele veroudering, en de toepassing van de gewijzigde proceskostenregeling.