Uitspraak
1.[appellant] ,
1.[geïntimeerde1] ,
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep met grieven en een provisionele vordering,
- de memorie van antwoord tevens memorie van antwoord op de provisionele vordering en tevens memorie van grieven in voorwaardelijk incidenteel hoger beroep,
- de memorie van antwoord in het incidenteel hoger beroep,
- het arrest van 13 september 2022, waarbij een descente is gelast met aansluitend een comparitie van partijen,
- een akte met producties van [appellanten] ,
- het verslag (proces-verbaal) van de descente en de aansluitende mondelinge behandeling die op 23 januari 2023 is gehouden.
2.De kern van de zaak
3.De vaststaande feiten
4.Het oordeel van het hof
- primair voor recht wordt verklaard dat het recht van overpad komt te liggen op het (oude) perceel [geïntimeerde1] (perceelnummer 5983) en de strook grond (perceelnummer 8040) zoals aangegeven op de tekening overgelegd als productie 1B – kennelijk is bedoeld productie 2B, de afgeschuinde bochtenvariant - met de daarin vermelde breedtes van het pad;
- subsidiair voor het geval de erfdienstbaarheid mag worden verlegd conform de “haakse bochten” variant (productie 13 bij inleidende dagvaarding), te bepalen dat het te verleggen pad een breedte dient te houden van 1,45 cm dan wel een andere voorziening te treffen die het hof juist acht.
5.De conclusie
6.De beslissing
- € 309,- aan griffierecht,
- € 85,83 aan kosten voor het betekenen (bekendmaken) van de dagvaarding aan [appellanten] ,
- € 1.495,- aan salaris van de advocaat van [geïntimeerden] (2,5 procespunten x tarief II),
- € 343,- aan griffierecht,
- € 2.366,- aan salaris van de advocaat van [geïntimeerden] in de hoofdzaak, principaal en incidenteel appel (2 procespunten x tarief II),