Uitspraak
Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 15 februari 2022 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 18-225234-21 en 08-053026-21, en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging, parketnummer 08-223588-20, tegen de verdachte
[verdachte] ,
Het hoger beroep
Het onderzoek van de zaak
- vrijspraak van het impliciet primair tenlastegelegde feit medeplegen/medeplichtigheid van poging tot moord in de zaak met parketnummer 18-225234-21;
- bewezenverklaring van het primair tenlastegelegde medeplegen poging tot doodslag in de zaak met parketnummer 18-225234-21 en in de zaak met parketnummer
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren, waarvan één jaar voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren, met als bijzondere voorwaarden, een meldplicht bij de reclassering, een klinische opname in [instelling] , een drugsverbod, een alcoholverbod en een contactverbod met [slachtoffer 1] en [medeverdachte] ;
- integrale toewijzing van de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 1] voor het bedrag van € 7.400,05, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;
- afwijzing van de vordering na voorwaardelijke veroordeling, opgelegd bij vonnis van de politierechter d.d. 18 januari 2021 in de rechtbank Overijssel, met het parketnummer 08-223588-20.
Het vonnis waartegen het hoger beroep is gericht
- de verdachte ter zake van het in de zaak met parketnummer 18-225234-21 impliciet primair tenlastegelegde feit medeplegen/medeplichtigheid van poging tot moord vrijgesproken;
- de verdachte ter zake van het in de zaak met parketnummer 08-053026-21 (gevoegd) primair en subsidiair tenlastegelegde vrijgesproken;
- de verdachte ter zake van het aan hem onder primair tenlastegelegde medeplegen poging tot doodslag in de zaak met parketnummer 18-225234-21 en de in de zaak met parketnummer 08-053026-21 (gevoegd) meer subsidiair tenlastegelegde mishandeling veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren, waarvan één jaar voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest, met een proeftijd van 3 jaren en met als bijzondere voorwaarden (kort gezegd), een meldplicht bij de reclassering, een behandelverplichting [kliniek 1] of een soortgelijke zorgverlener, het meewerken aan begeleid wonen, een alcoholverbod en een contactverbod met [slachtoffer 1] en [medeverdachte] ;
- de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 1] integraal toegewezen voor het bedrag van € 7.400,05, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en verdachte veroordeeld in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op € 311,-;
- de vordering na voorwaardelijke veroordeling afgewezen, opgelegd bij vonnis van de politierechter d.d. 18 januari 2021 in de rechtbank Overijssel, met het parketnummer 08-223588-20.
De tenlastelegging
hij op of omstreeks 20 augustus 2021 te [pleegplaats 1] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 1] opzettelijk (en met voorbedachten rade) van het leven te beroven, meermalen, althans eenmaal, (met kracht)
hij op of omstreeks 20 augustus 2021 te [pleegplaats 1] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, aan [slachtoffer 1] opzettelijk (en met voorbedachten rade) zwaar lichamelijk letsel, te weten een hoeveelheid snijwonden aan een oor en/of bovenlip/wang en/of blijvende littekens in/aan het gezicht/hoofd heeft toegebracht door meermalen, althans eenmaal, (met kracht)
hij op of omstreeks 20 juni 2020 te [pleegplaats 2] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 2] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, die [slachtoffer 2] eenmaal of meermalen tegen zijn gezicht en/of hoofd heeft gestompt en/of geslagen en/of eenmaal of meermalen tegen zijn elleboog en/of lichaam heeft geschopt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
hij op of omstreeks 20 juni 2020 te [pleegplaats 2] [slachtoffer 2] heeft mishandeld door die [slachtoffer 2] eenmaal of meermalen tegen zijn gezicht en/of hoofd te stompen en/of te slaan en/of eenmaal of meermalen tegen zijn elleboog en/of lichaam te schoppen.
Bewijsoverweging ten aanzien van parketnummer 18-225234-21
Bewijsoverweging met betrekking tot parketnummer 08-053026-21
Bewezenverklaring
hij op 20 augustus 2021 te [pleegplaats 1] , tezamen en in vereniging met een ander, ter uitvoering van het door de verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 1] opzettelijk van het leven te beroven,
hij op of omstreeks 20 juni 2020 te [pleegplaats 2] [slachtoffer 2] heeft mishandeld door die [slachtoffer 2] meermalen tegen hoofd te stompen en tegen zijn elleboog te schoppen
.
mishandeling.
Strafbaarheid van de verdachte
Oplegging van straf
- de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;
- de omstandigheid dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van poging tot doodslag. De verdachte en mededader [medeverdachte] hebben, gezamenlijk onder invloed van een grote hoeveelheid sterke drank, zodanig geweld op het slachtoffer [slachtoffer 1] uit geoefend dat zij het ervoor wordt gehouden dat zij hebben geprobeerd hem van het leven te beroven. De verdachte heeft met een hamer op het hoofd van [slachtoffer 1] geslagen en hem tegen zijn lichaam geschopt en geslagen. Dit heeft zich afgespeeld in de hal van de woning van [slachtoffer 1] . De medeverdachte heeft in dat gewelddadige treffen meermalen in het gezicht en andere op andere lichaamsdelen van [slachtoffer 1] ingestoken. Door zijn handelen heeft de verdachte een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van [slachtoffer 1] en heeft hij hem pijn en letsel, waaronder hoofd- en aangezichtsletsel toegebracht. Het gerechtshof rekent het de verdachte aan dat hij zulk heftig geweld heeft gebruikt jegens [slachtoffer 1] ;
- de omstandigheid dat de verdachte zich tevens schuldig heeft gemaakt aan mishandeling van [slachtoffer 2] door hem tegen het hoofd te stompen en tegen zijn elleboog te schoppen, waarbij hij hem pijn en letsel heeft toegebracht.
- de inhoud van het reclasseringsrapport van 13 april 2023, waarin de reclassering adviseert om aan een voorwaardelijk strafdeel de volgende bijzondere voorwaarden te verbinden: een meldplicht bij de reclassering, klinische opname in [kliniek 2] , drugsverbod, alcoholverbod en een contactverbod met [slachtoffer 1] en [medeverdachte] . De reclassering acht het belang dat de verdachte eerst klinisch (tijdens detentie) zal worden opgenomen, voordat hij ambulant zal worden behandeld. Indien de verdachte vanuit detentie geen klinisch traject doorloopt, zal de reclassering met een onuitvoerbaar toezicht zitten. Er is reeds een vooraanmelding gedaan bij Indicatiestelling Forensische Zorg (NIFP/IFZ) voor een klinische opname. De verdachte is geaccepteerd bij [kliniek 2] en staat op de wachtlijst voor de afdeling [naam 1] , locatie [plaats 1] . Er is een wachttijd van anderhalf jaar. De ambivalente motivatie van de verdachte ten behoeve van een klinische opname wordt door de reclassering eveneens benoemd;
- de inhoud van de overige zich in het dossier bevindende eerdere reclasseringsrapporten;
- het Pro-Justitia rapport, psychologisch onderzoek van 27 januari 2022, opgemaakt door psycholoog mr. Drs. R.A. Sterk, waaruit blijkt dat de verdachte kampt met een licht verstandelijke beperking en een neurocognitieve stoornis en een stoornis in het gebruik van alcohol. Ten tijde van het plegen van het delict was sprake van deze problematiek. Over de mate van toerekenbaarheid kan geen uitspraak worden gedaan om de verdachte het feit heeft ontkend. De geconstateerde beperkingen en psychische problematiek brengen met zich mee dat de verdachte complexe situaties niet goed kan overzien en dat hij bij verhoogde innerlijke onrust snel impulsief en emotioneel kan reageren. Dit wordt versterkt door de impuls- en emotieregulatieproblemen als gevolg van de neurocognitieve stoornis. Alcoholgebruik zorgt ervoor dat het gedrag van de verdachte nog sneller ontremd. De kans op herhaling wordt ingeschat als hoog. Ten aanzien van de geconstateerde beperkingen en psychische problematiek is vooral begeleiding geïndiceerd. Deze begeleiding en zorg zal intensiever moeten zijn dan wat de verdachte tot nu toe al werd aangeboden. De deskundige schat in dat een (klinische) behandeling weinig zinvol zal zijn door de beperkte leerbaarheid van de verdachte. De deskundige acht 24 uurs-zorg (bijvoorbeeld een plek als [kliniek 2] – Hoeve [plaats 1] ) geïndiceerd.
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]
Vordering na voorwaardelijke veroordeling
Verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
4 (vier) jaren.
1 (één) jaar, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
3 (drie) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de verdachte gedurende de proeftijd van 3 (drie) jaren ten behoeve van het vaststellen van zijn/haar identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclasseringsinstelling zo vaak en zolang als de reclasseringsinstelling dit noodzakelijk acht daaronder begrepen, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd.
- dat de veroordeelde zich binnen twee werkdagen na invrijheidsstelling zal melden bij Reclassering Nederland op een nader te bepalen adres (te bepalen op basis van zijn verblijfplaats) en zich zal blijven melden op afspraken met de reclassering, zo frequent en zolang de reclassering dat nodig acht;
- dat de veroordeelde zich klinisch zal laten opnemen in [kliniek 2] of een andere zorginstelling te bepalen door de reclassering in overleg met de door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing. De opname duurt maximaal een jaar of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling.
- dat de veroordeelde meewerkt aan een overgang naar ambulante zorg, begeleid wonen of maatschappelijke opvang als de reclassering dat gewenst vindt. De veroordeelde moet meewerken aan de indicatiestelling en plaatsing, voor zover de reclassering dat nodig vindt;
- dat het de veroordeelde verboden is gedurende de volledige proeftijd drugs te gebruiken en dat hij verplicht is ten behoeve van de naleving van dit verbod mee te werken aan urineonderzoek zolang en vaak als de reclassering dit nodig vindt;
- dat het de veroordeelde verboden is gedurende de volledige proeftijd alcohol te gebruiken en dat hij verplicht is ten behoeve van de naleving van dit verbod mee te werken aan bloedonderzoek of urineonderzoek, zolang en vaak als de reclassering nodig vindt;
- dat de veroordeelde op geen enkele wijze - direct of indirect - contact met slachtoffer [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedag 1] 1972 te [geboorteplaats 1] en medeverdachte [medeverdachte] , geboren op [geboortedag 2] 1987 te [geboorteplaats 2] , zolang de reclassering dat nodig acht.
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]
€ 7.400,92 (zevenduizend vierhonderd euro en tweeënnegentig cent) bestaande uit € 1.900,92 (duizend negenhonderd euro en tweeënnegentig cent) materiële schade en € 5.500,00 (vijfduizend vijfhonderd euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€311,00 (driehonderdelf euro).