Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.[appellant] ,
[appellante],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Appellanten wonen met hun familie in drie woonwagens op een klein woonwagenkamp en huren tevens een schuur die in gebruik is gegeven aan hun zoon. In deze schuur trof de politie een hennepplantage aan met 32 planten en vermoedelijk eerdere oogsten. De woningbouwvereniging vorderde ontbinding van de huurovereenkomsten van zowel de standplaatsen als de schuur.
De kantonrechter wees de vordering toe en sprak ontruiming uit. Het hof bekrachtigt dit vonnis en stelt dat appellanten als huurders verantwoordelijk zijn voor het gebruik van de standplaatsen en de schuur, inclusief het toezicht op illegale activiteiten. De aanwezigheid van de hennepplantage en de betrokkenheid van de zoon en appellante rechtvaardigen de ontbinding.
Hoewel appellanten gezondheidsproblemen hebben en de ontruiming ingrijpende gevolgen heeft, weegt het belang van de woningbouwvereniging en het maatschappelijk beleid tegen hennepplantages zwaarder. De ontbinding en ontruiming zijn daarom gerechtvaardigd. Appellanten worden veroordeeld tot betaling van proceskosten en moeten binnen acht weken de standplaatsen ontruimen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ontbinding van de huurovereenkomsten en bepaalt ontruiming binnen acht weken.