ECLI:NL:GHARL:2023:1860
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Tussenbeschikking
- Rechtspraak.nl
Ontkenning en vaststelling vaderschap met DNA-onderzoek en belanghebbenden
De vrouw, geboren in 1951 tijdens het huwelijk van haar moeder en de vermeende juridische vader, verzoekt het hof om het vaderschap van deze man te ontkennen en het vaderschap van haar vermoedelijke biologische vader vast te stellen. De moeder en de vermeende juridische vader zijn inmiddels overleden. De vrouw stelt dat zij pas in december 2019 bekend werd met het vermoeden dat de juridische vader niet haar biologische vader is, en heeft binnen de wettelijke termijn van drie jaar haar verzoek ingediend.
De erfgenaam van de vermoedelijke biologische vader is betrokken in de procedure, maar het hof oordeelt dat deze slechts belanghebbende is voor de proceskosten en niet voor het vaderschapsgeschil zelf, omdat zijn rechten niet rechtstreeks worden geraakt. Het hof benadrukt het belang van het waarborgen van rechtszekerheid en het beschermen van het familie- en gezinsleven, waarbij in dit geval de belangen van de vrouw prevaleren.
Het hof staat toe dat de vrouw DNA-onderzoek laat verrichten door Verilabs op het weefsel van de vermeende juridische vader, dat aanwezig is in het Meander Medisch Centrum, om haar afstamming vast te stellen. Het verzoek tot onderzoek op het weefsel van de vermoedelijke biologische vader wordt voorlopig niet toegewezen, aangezien eerst een beslissing op het verzoek tot ontkenning van het vaderschap moet worden genomen. De zaak wordt aangehouden totdat de uitslag van het DNA-onderzoek is ontvangen, waarna verdere behandeling zal plaatsvinden.
Uitkomst: Het hof staat DNA-onderzoek toe en houdt verdere beslissingen aan totdat de uitslag bekend is.