ECLI:NL:GHARL:2023:1542
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging afwijzing pachtovereenkomst wegens ontbreken bedrijfsmatige landbouw
Appellant heeft twee percelen van geïntimeerde in gebruik gekregen en vordert vastlegging van een reguliere pachtovereenkomst. De pachtkamer wees de vordering af omdat appellant geen bedrijfsmatige landbouw uitoefent. Het hof bevestigt dit oordeel en bekrachtigt het vonnis.
Appellant, die een loonwerkbedrijf heeft, gebruikte de percelen voor de teelt van mais, maar had voorafgaand slechts circa 2,5 hectare grond in gebruik en kon niet aantonen dat hij een agrarische onderneming met een substantiële akkerbouwtak had. De verkoop van een perceel en verpachting van het andere aan derden leidde tot ontzegging van toegang, waarna appellant de procedure startte.
Het hof oordeelt dat het ontbreken van een complex van economische activiteiten gericht op winst door landbouw betekent dat niet voldaan is aan de wettelijke eisen voor een pachtovereenkomst. De proceskostenveroordeling blijft in stand en het incidenteel hoger beroep wordt niet behandeld omdat de voorwaarde voor bevoegdheid niet is vervuld.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van de pachtovereenkomst wegens ontbreken van bedrijfsmatige landbouw en veroordeelt appellant tot betaling van proceskosten.