Uitspraak
[appellant],
1.[geïntimeerde1] ,
[geïntimeerde1] , [geïntimeerde2] en [geïntimeerde3],
1.De verdere procedure bij het hof
2.De feiten van de zaak
benoem ik tot voogd over mijn kind de heer [geïntimeerde1] , wonende te [plaats1] , [adres1]
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak stond de uitleg van een testament centraal dat de erflaatster kort voor de geboorte van appellant had opgesteld. De erflaatster was na het testament getrouwd en had nog twee kinderen gekregen. Appellant vorderde een verklaring voor recht dat het testament geen werking meer heeft.
De rechtbank wees deze vordering af, maar het hof oordeelde anders. Het hof stelde dat bij de uitleg van een testament gekeken moet worden naar de omstandigheden waaronder het testament is gemaakt en de verhoudingen die de erflater kennelijk wilde regelen. Hierbij kunnen ook feiten na het testament van belang zijn.
Het hof concludeerde dat het testament alleen betrekking had op de situatie vóór het huwelijk en de geboorte van de andere kinderen. De gewijzigde situatie na het huwelijk en de geboorte van de twee andere kinderen werd niet door het testament geregeld. Daarom heeft het testament geen betekenis meer voor de nalatenschap en is het versterferfrecht van toepassing.
Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de proceskosten werden gecompenseerd. De eigen kosten van partijen werden ieder voor eigen rekening gelaten.
Uitkomst: Het hof verklaart dat het testament geen betekenis meer heeft voor de nalatenschap en dat het versterferfrecht van toepassing is.