Uitspraak
[appellant],
PRL Bouw B.V.,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak staat een geschil centraal over een meerwerkfactuur en een schadevordering wegens ondeugdelijk uitgevoerde renovatie- en verbouwingswerkzaamheden aan een woning. De opdrachtgever betwist de omvang en specificatie van de meerwerkfactuur en vordert daarnaast schadevergoeding voor herstelkosten van gebreken.
De kantonrechter had de meerwerkvordering grotendeels toegewezen en slechts een klein deel van de schadevergoeding toegekend. In hoger beroep stelt de opdrachtgever dat de meerwerkfactuur onvoldoende schriftelijk is overeengekomen zoals vereist in de algemene voorwaarden en dat het werk ondeugdelijk is uitgevoerd, waardoor hij recht heeft op een hogere schadevergoeding.
Het hof oordeelt dat de meerwerkvordering slechts gedeeltelijk erkend is en dat de strikte schriftelijkheidseis uit de algemene voorwaarden prevaleert boven de minder strenge wettelijke regeling. De schadeposten voor herstel van gebreken aan de cv-ketel, mechanische ventilatie en groepenkast acht het hof voldoende onderbouwd en toewijsbaar.
Het hof vernietigt het vonnis van de kantonrechter en beslist dat de opdrachtgever een bedrag van € 2.088,- plus rente aan de aannemer moet betalen, terwijl de aannemer € 4.841,16 aan schadevergoeding moet betalen aan de opdrachtgever. Tevens wordt de aannemer veroordeeld tot terugbetaling van reeds betaalde bedragen en tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hof wijst de meerwerkvordering grotendeels af en kent de schadevergoeding voor herstelkosten grotendeels toe.