ECLI:NL:GHARL:2022:960
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen overeenkomst van geldlening tussen ex-partners wegens onvoldoende bewijs schuldbekentenis
Partijen, voormalige partners, hadden een geschil over een schuldbekentenis waarin de vrouw verklaarde een lening van €15.000,- van de man te hebben ontvangen voor het voldoen van een factuur aan JCP Benelux. De vrouw betaalde noch rente noch aflossing en betwistte de lening en de inhoud van de schuldbekentenis.
De man startte een procedure bij de kantonrechter om nakoming van de schuldbekentenis te vorderen, maar deze wees de vorderingen af. In hoger beroep vordert de man wederom betaling, stellende dat de schuldbekentenis dwingende bewijskracht heeft. De vrouw voert tegenbewijs aan en vordert vernietiging wegens misbruik van omstandigheden.
Het hof stelt dat hoewel de schuldbekentenis een onderhandse akte is, tegenbewijs mogelijk is en de vrouw voldoende tegenbewijs heeft geleverd. De man heeft onvoldoende onderbouwd dat hij kosten voor verbouwingswerkzaamheden aan de huurwoning van de vrouw heeft voorgeschoten en dat er een terugbetalingsverplichting bestaat. Ook ontbreekt bewijs van de genoemde factuur.
Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter, wijst de vordering af en veroordeelt de man in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De vordering tot betaling van €15.000,- op grond van de schuldbekentenis wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van een geldlening.