Uitspraak
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep
- de memorie van antwoord
- de ambtshalve doorhaling op 9 november 2021
- de akte hervatting procedure
- het verzoek om arrest door Phareon.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Phareon, een zorgverlener, vorderde vergoeding van declaraties voor zorg geleverd aan twee budgethouders op basis van een PGB-budget, ondanks dat de zorgovereenkomsten met ingang van 1 november 2016 waren beëindigd. De Sociale Verzekeringsbank (SVB) vroeg om akkoord van Menzis als budgetverstrekker, die dit niet gaf vanwege de beëindiging van de zorgovereenkomsten door de budgethouders en hun beschermingsbewindvoerder.
De kantonrechter wees de vordering van Phareon af, en het hof bevestigt dit oordeel. Het hof stelt vast dat Menzis niet contractspartij is, maar gebonden is aan de informatie van de budgethouders. Phareon slaagde er niet in te onderbouwen dat de opzegging met terugwerkende kracht onrechtmatig was of dat Menzis onrechtmatig handelde door geen akkoord te geven.
Ook de door Phareon aangevoerde nieuwe verklaringen en klachten over fraudeverdenkingen werden door het hof niet in aanmerking genomen wegens onvoldoende onderbouwing en het ontbreken van bewijs. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en Phareon wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van Phareon wordt afgewezen en het vonnis van de kantonrechter wordt bekrachtigd.