In deze zaak staat de huurprijsherziening van een horecapand centraal, waarbij de verhuurders (appellanten) en de huurder Holland-Zwolle B.V. tegenover elkaar staan. De huurovereenkomst betreft een bedrijfsruimte bestemd voor lunchroom/restaurant en loopt sinds 1 februari 2008 met een huidige huurprijs van €40.320,48 exclusief btw. Na een deskundigenrapport en tussenvonnissen heeft de kantonrechter de huurprijs vastgesteld op €25.000 exclusief btw en de verhuurders veroordeeld tot terugbetaling van te veel ontvangen huur.
De verhuurders stelden in hoger beroep dat de deskundige ten onrechte alleen panden zonder horecabestemming als vergelijkingsobjecten heeft gebruikt, wat volgens hen in strijd is met vaste rechtspraak. Het hof oordeelt echter dat verschillen in bestemming niet meewegen tenzij deze tot uitdrukking komen in de bouwkundige gedaante, wat hier onvoldoende is onderbouwd. De voorzieningen zijn door de huurder zelf aangebracht en het pand was casco opgeleverd.
Het hof bevestigt dat de deskundige terecht panden aan de betreffende straat heeft geselecteerd en dat de kantonrechter de huurprijs terecht heeft vastgesteld conform het deskundigenrapport. De grieven van de verhuurders falen en het hof veroordeelt hen in de kosten van het hoger beroep. Het arrest wordt uitgesproken op 4 januari 2022.