Uitspraak
[appellant],
Melssen Bouwadvies,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een bouwkundige aankoopkeuring uitgevoerd in november 2012 door Melssen Bouwadvies in opdracht van de koper van een woning. Bij verbouwing in 2015 werden ernstige gebreken aan de constructie ontdekt, waarvan de opdrachtgever stelde dat deze al in 2012 aanwezig waren en Melssen Bouwadvies hem had moeten waarschuwen.
De opdrachtgever stelde Melssen Bouwadvies in november 2015 aansprakelijk voor herstelkosten. De rechtbank oordeelde dat hij in januari 2015 had moeten klagen, wat niet was gebeurd, en stelde een deskundigenonderzoek in. In hoger beroep stelde Melssen Bouwadvies dat door het late klagen het recht om een vordering in te stellen was vervallen.
Het hof oordeelde dat de opdrachtgever het gebrek in januari 2015 had ontdekt, maar pas eind november 2015 bij Melssen Bouwadvies had geklaagd. Dit was niet tijdig, mede omdat in de tussentijd ingrijpende wijzigingen aan de woning waren aangebracht waardoor Melssen Bouwadvies niet meer de feitelijke situatie kon beoordelen zoals die in januari 2015 was. Daarom slaagde het verweer van Melssen Bouwadvies op grond van artikel 6:89 BW Pro en werd de vordering afgewezen.
Het hof vernietigde het tussenvonnis van de rechtbank, wees de vordering af en veroordeelde de opdrachtgever in de proceskosten bij rechtbank en hof.
Uitkomst: De vordering van de opdrachtgever tegen Melssen Bouwadvies wordt afgewezen wegens niet tijdig klagen.