ECLI:NL:GHARL:2022:2167
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek Gemeente tot oproeping bestuurders in hoger beroep wegens kracht van gewijsde
In deze zaak gaat het om een geschil tussen de Gemeente Nijmegen en drie besloten vennootschappen (de Vennootschappen) over een uitkoop en verplaatsing van een slachterij en vleeshandel. De Gemeente had vorderingen ingesteld tegen de Vennootschappen en hun bestuurders. De rechtbank wees de vorderingen tegen de Vennootschappen toe en wees die tegen de bestuurders af. De Vennootschappen gingen in hoger beroep, de Gemeente niet tegen de bestuurders.
De Gemeente verzocht in hoger beroep alsnog de bestuurders op te roepen op grond van artikel 118 Rv Pro om ook tegen hen grieven te kunnen indienen. Het hof oordeelde dat dit niet mogelijk is omdat het vonnis tegen de bestuurders kracht van gewijsde heeft gekregen na het verstrijken van de beroepstermijn, en dat het verzoek in strijd is met de eisen van een goede procesorde.
Het hof overwoog dat het feit dat de Vennootschappen tijdig hoger beroep instelden niet betekent dat de Gemeente alsnog tegen de bestuurders in hoger beroep kan komen. Ook een nauwe samenhang tussen de procedures rechtvaardigt dit niet. De Gemeente kon haar belangen tijdig behartigen en het verzoek tot oproeping van de bestuurders wordt afgewezen. De Gemeente wordt veroordeeld in de proceskosten van het incident.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de Gemeente af om bestuurders alsnog op te roepen in hoger beroep vanwege kracht van gewijsde en goede procesorde.