ECLI:NL:GHARL:2022:2007
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schorsingsverzoek uitvoerbaarheid vonnis ontbinding en ontruiming bedrijfsruimte met woonruimte
In deze zaak vorderen appellanten schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad van een vonnis van de kantonrechter dat de huurovereenkomsten van bedrijfsruimte met woonruimte ontbindt en ontruiming gelast. De kantonrechter had de vorderingen van de verhuurder toegewezen en het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Appellanten stelden dat de kantonrechter kennelijke misslagen had gemaakt, onder meer door het negeren van andere verhuurders als contractspartijen, onjuiste toerekening van tekortkomingen, onterecht oordeel over onderhuur en schuldeisersverzuim. Tevens voerden zij aan dat ontruiming tot een noodsituatie zou leiden, met ernstige verstoring van bedrijfsvoering en risico op faillissement.
Het hof oordeelt dat de aangevoerde kennelijke misslagen een diepgaande inhoudelijke beoordeling vereisen en niet geschikt zijn voor schorsing. De kantonrechter had de impact van ontruiming reeds meegewogen door een ontruimingstermijn van drie maanden toe te kennen. De stellingen over noodsituatie en restitutierisico zijn onvoldoende onderbouwd.
De belangenafweging leidt tot het oordeel dat het belang van de verhuurder bij spoedige uitvoering van het vonnis zwaarder weegt dan het belang van appellanten bij behoud van de bestaande toestand. Het verzoek tot schorsing wordt daarom afgewezen en appellanten worden veroordeeld in de proceskosten van het incident.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot schorsing van de uitvoerbaarheid van het vonnis af en veroordeelt appellanten in de kosten van het incident.