Uitspraak
Planderi,
1.Extraa Beheer B.V.,
Extraa,
Delto Solutions Beheer B.V.,
Delto Beheer,
[geïntimeerde3] ,
[geïntimeerde3] ,
Felusa B.V.,
Felusa,
Extraa c.s.,
1.Het verdere verloop van de zaak bij het hof
2.Waar gaat deze zaak over?
3.De relevante feiten
4.De vordering van Planderi en de beslissing van de rechtbank
met de bepaling dat de onder (i) en (ii) genoemde bedragen worden vermeerderd met de wettelijke handelsrente en onder verrekening met het reeds door Extraa aan Planderi betaalde bedrag van € 100.000,- en onder verrekening met het vorderingsrecht van Felusa op Planderi uit hoofde van de Vendor loans;
5.De motivering van de beslissing in hoger beroep
Grief 2richt zich tegen de vaststaande feiten, die volgens Planderi weliswaar juist, maar niet volledig genoeg zijn weergegeven. Wat daar ook van zij, er is geen rechtsregel die de verplichting met zich brengt om alle vaststaande of relevante feiten op te nemen. De grief faalt dan ook.
de consistente gedragslijn in de Bedrijfsvoering en verslaglegging bij de Vennootschappen zijn voortgezet’(artikel 8 sub Pro V.5
). Voor de verkoop werd gewerkt met voorschotfacturen. Planderi was daarmee bekend en ook met de wijze waarop de voorschotfacturen boekhoudkundig werden verwerkt. Dit volgt niet alleen uit het due diligence onderzoek, maar Planderi heeft ook zelf aangegeven dat dit uitvoerig onderwerp van gesprek is geweest (zie rov. 5.2.). Vaststaat dat na levering van de aandelen een andere waarderingsmethode op het onderhanden werk is toegepast die ook volgens Planderi leidt tot een wijziging van de EBITDA. De vennootschappen zijn de voorschotnota’s op andere wijze gaan verwerken, zoals is bevestigd namens Planderi tijdens de behandeling ter zitting in hoger beroep. Van een consistente gedragslijn in de verslaglegging is dus geen sprake geweest.