Uitspraak
Dexia,
[geïntimeerde],
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
2.De vaststaande feiten
3.De beslissing van de kantonrechter
4.Het oordeel van het hof
5.De slotsom
€ 2.560,-
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Deze zaak betreft een hoger beroep van Dexia tegen een vonnis van de kantonrechter waarin Dexia werd veroordeeld wegens onrechtmatig handelen jegens [geïntimeerde] in verband met een effectenleaseovereenkomst. De kern van het geschil betrof de advisering door Spaar Select, een tussenpersoon zonder vergunning, en de vraag of Dexia hiervan op de hoogte was.
Het hof bevestigde dat Spaar Select verstrekkender had geadviseerd dan haar vrijstelling toestond en dat Dexia hiervan wist of behoorde te weten. Dit leidde tot de toepassing van een billijkheidscorrectie, waardoor Dexia aansprakelijk werd gehouden voor de schade van [geïntimeerde]. De vordering van Dexia tot betaling van een restschuld werd afgewezen.
Daarnaast werd het beroep van Dexia op verjaring van de vorderingen verworpen, omdat de verjaring door [geïntimeerde] tijdig was gestuit. De vordering van [geïntimeerde] tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten werd echter afgewezen, omdat deze kosten niet voor vergoeding in aanmerking komen volgens de geldende rechtspraak.
Het hof vernietigde het vonnis van de kantonrechter alleen voor zover het ging om de buitengerechtelijke kosten en wees deze vordering alsnog af. Dexia werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep en het arrest werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat Dexia onrechtmatig handelde en wijst de vordering tot buitengerechtelijke kosten af.