De terbeschikkinggestelde heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Midden-Nederland van 12 september 2022, waarin de rechtbank de vordering tot verpleging van overheidswege afwees, de terbeschikkingstelling met een jaar verlengde en de beslissing over wijziging van de voorwaarden aanhield.
De rechtbank heeft vervolgens op 28 november 2022 de voorwaarden van de terbeschikkingstelling gewijzigd. De terbeschikkinggestelde stelde echter alleen beroep in tegen de verlenging van de terbeschikkingstelling met voorwaarden, niet tegen de wijziging van de voorwaarden zelf.
Het hof overweegt dat volgens de wet geen afzonderlijk beroep mogelijk is tegen de wijziging van de voorwaarden, maar dat de beslissing over verlenging en voorwaarden onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Omdat de terbeschikkinggestelde te vroeg beroep instelde zonder af te wachten van de beslissing over de voorwaarden, verklaart het hof het beroep niet-ontvankelijk.
De beslissing is op 8 december 2022 in het openbaar uitgesproken door het hof Arnhem-Leeuwarden, waarbij de terbeschikkinggestelde niet-ontvankelijk werd verklaard in het hoger beroep tegen de beslissing van de rechtbank.